Pieter Van Landschoot in de Gentse Magdalenstraat
1635–1639 · Een burengeschil over een greppel, regenwater en de rechten van naburige eigenaars — met hertaling, procesanalyse en historische boektekst.
1. De personen en de kwestie
Pieter Van Landschoot bewoonde een woning in de Magdalenstraat. De weduwe van Jooris de Nicque stelde dat werken aan zijn erf, greppel, dakgoot en dakvenster de vroegere afwatering hadden veranderd, waardoor haar muren en gewelf schade opliepen. Pieter betwistte het merendeel van haar zestien stellingen maar erkende een aantal feitelijke ingrepen.
Als vroegere bewoners of buren komen onder meer Pieter de Mey, Jan de Jonckere, de weduwe van Michiel Willemets en wijnhandelaar Pieter Stalens ter sprake. Hun huizen zijn aanwijzingen voor verder topografisch onderzoek.
De woning van Pieter Van Landschoot
Uit de getuigenverklaringen blijkt dat Pieter Van Landschoot in de eerste helft van de zeventiende eeuw een woning bezat in de Magdelenestraat te Gent, tegenwoordig de Mageleinstraat.
De verklaringen van vroegere bewoners bieden interessante gegevens over de woning, de aangrenzende huizen en de afwatering van de betrokken erven.
Historische locatie
📍 Bekijk de Mageleinstraat in Gent op Google Maps →Opmerking: de huidige Mageleinstraat stemt overeen met de historische straatnaam. De precieze ligging van de woning van Pieter Van Landschoot binnen deze straat is nog niet vastgesteld.
2. Tijdlijn van het dossier
De weduwe van Arent van Gent legt een verklaring af over de vroegere afwatering.
De echtgenote van Jacques Lammens situeert het huis van Pieter in de Magdalenstraat.
De schepenen van de Keure laten verdere verificatie van de geponeerde feiten toe.
De aangeleverde transcriptie dateert Pieters antwoorden op de zestien stellingen op deze dag.
Glande de Smet verklaart over de periode waarin hij bij Pieter Stalens verbleef.
Een definitief vonnis is in de beschikbare transcriptie niet aangetoond.
Dat een getuigenis uit december 1639 later valt dan Pieters antwoorden in februari 1639 hoeft niet strijdig te zijn, maar de precieze dossierordening en datums blijven controlepunten.
3. De zestien artikelen naast Pieters antwoorden
De linker kolom bevat een hertaalde samenvatting van wat de weduwe stelde. De rechter kolom bevat wat Pieter erkende of ontkende; dit is geen rechterlijke beoordeling.
| Nr. | Stelling van de weduwe | Reactie van Pieter |
|---|---|---|
| 1 | Wijziging waterloop De weduwe beweert dat Pieter de gewone loop van het water heeft veranderd en haar daardoor schade heeft berokkend. | Ontkent artikel 1. |
| 2 | Oude afwateringsroute Volgens haar liep het regenwater vroeger via een greppel door een tussenweg nabij de huizen van Pieter de Mey en de weduwe van Michiel Willemets. | Betwist artikel 2 zoals geformuleerd; erkent een hoop aarde en gruis op zijn erf waardoor een deel van het water via de tussenweg liep. |
| 3 | Nieuwe greppel Zij stelt dat Pieter de greppel heeft verlegd, rondom haar huis en over haar gewelf. | Ontkent artikel 3. |
| 4 | Bevoegdheid Volgens de weduwe had hij niet het recht die wijziging door te voeren. | Ontkent artikel 4. |
| 5 | Beschadiging Zij schrijft beschadigingen aan muren, roerende goederen en het gewelf toe aan de gewijzigde afwatering. | Ontkent artikel 5. |
| 6 | Ligging van de greppel De greppel zou deels op haar grond zijn aangelegd, zonder toestemming. | Ontkent artikel 6. |
| 7 | Erfdienstbaarheden De stelling verwijst naar het verbod om rechten of erfdienstbaarheden op andermans grond te belemmeren of te beschadigen. | Erkent artikel 7 (een algemene rechtsregel over rechten op andermans grond). |
| 8 | Vochtige muren Volgens haar werden de muren en het gewelf zo vochtig dat er dagelijks water uit sijpelde. | Ontkent artikel 8. |
| 9 | Afgraven van aarde Pieter zou aarde langs haar muur ongeveer anderhalve voet hebben verwijderd, met een gewijzigde hoogte van het terrein tot gevolg. | Erkent dat hij de hoop aarde en gruis gedeeltelijk verwijderde en zijn erf verlaagde; volgens hem nog niet volledig tot het oude niveau. |
| 10 | Nieuwe waterstroming De weduwe schrijft de infiltratie in muur en gewelf toe aan de gewijzigde hoogte en waterloop. | Ontkent artikel 10. |
| 11 | Dakwater Het water van Pieters dak zou volgens haar tegen haar muur en gewelf vallen. | Ontkent artikel 11. |
| 12 | Dakgoot De door Pieter aangelegde dakgoot zou eveneens wateroverlast en schade hebben veroorzaakt. | Ontkent artikel 12. |
| 13 | Gewelf en woning Het doorsijpelende water zou het gewelf vervuilen en een daarop rustend deel van haar woning aantasten. | Ontkent artikel 13; verwijst naar zijn antwoord op artikel 2. |
| 14 | Tussenweg afgesloten Zij zegt dat de vroegere doorgang voor de waterloop tussen nabijgelegen huizen was opgevuld of afgesloten. | Erkent artikel 14, maar zegt dat water niet meer door de tussenweg hoeft te lopen omdat hij het zelf opvangt; de slotwoorden zijn onzeker. |
| 15 | Hoogteverschil Zij vergelijkt de hoogte van de voormalige tussenweg met die van de betwiste greppel; het slot van de werktranscriptie is onduidelijk. | Ontkent artikel 15. |
| 16 | Dakvenster Zij verwijt Pieter of zijn werklieden schade door het maken van een nieuw dakvenster; hij zou herstel hebben toegezegd. | Betwist artikel 16 zoals geformuleerd; zegt dat hij vrijwillig één of twee dakpannen zou laten leggen en dit ook heeft gedaan, zonder zich daartoe verplicht te achten. |
De nummering van het oorspronkelijke stuk is bij de dakwaterartikelen deels rommelig; de tabel volgt de zestien opeenvolgende onderwerpen zoals te reconstrueren uit het werktranscript.
4. Drie verklaringen over de oude waterloop
De getuigen beschrijven de toestand van het huis vóór de betwiste werken. Hun herinneringen zijn belangrijk bewijs, maar geen kadastraal plan of eigendomstitel.
20 december 1635 — Weduwe van Arent van Gent
Zij verklaart ongeveer vijf jaar te hebben gewoond in het huis dat Pieter later bewoonde; zij had geen greppel achter het huis van de weduwe De Nicque gezien, maar wel een waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere. Zij zegt ongeveer dertig jaar eerder te zijn verhuisd.
Werktranscriptie
1 februari 1636 — Echtgenote van Jacques Lammens
Zij verklaart zes jaar te hebben gewoond in het huis dat op het moment van de verklaring aan Pieter Van Landschoot toebehoorde, gelegen in de Magdalenstraat. Ook zij beschrijft de oudere waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere.
Werktranscriptie
9 december 1639 — Glande de Smet (naamlezing te verifiëren)
De getuige werkte als knecht en kuiper ongeveer drie jaar bij wijnkoopman Pieter Stalens in het huis dat Pieter later bewoonde. Volgens de verklaring liep de oude waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere; de getuige was ongeveer twaalf jaar eerder vertrokken.
Werktranscriptie
5. Proceshandeling door de schepenen van de Keure
De schepenen van de Keure van Gent namen kennis van het proces tussen Pieter Van Landschoot, aangeduid als heesscher appellant, en de weduwe van Jooris de Nicque, aangeduid als verweerster. Voor zover uit het werktranscript blijkt, lieten zij de partijen toe de aangevoerde feiten te verifiëren.
Juridische draagwijdte: dit is geen bewezen definitief vonnis waarbij een van de partijen gelijk krijgt.
Bekijk de transcriptie van de proceshandeling
6. Werktranscripties van de processtukken
De teksten hieronder zijn overgenomen uit de verbeterde transcriptie die de onderzoeker aanleverde. De nog onzekere lezingen blijven staan; ze zijn niet aangevuld met verzonnen formuleringen. Het zijn dus werktranscripties en geen definitieve diplomatische editie.
Pagina 4–6 · Stellingen van de weduwe
Pagina 19 · Antwoorden van Pieter, eerste deel
Pagina 20 · Antwoorden van Pieter, vervolg
7. Wat stond er op het spel?
De waterloop en erfdienstbaarheden
De kernvraag was of Pieter de loop van afstromend water over of langs de percelen mocht veranderen. De weduwe beriep zich op een vroegere situatie en op rechten die door haar buurman niet geschonden mochten worden. Of die rechten rechtens bestonden en welke omvang zij hadden, moest worden bewezen.
Afgraven is niet hetzelfde als aansprakelijkheid erkennen
Pieter gaf toe dat hij aarde en gruis van zijn erf verwijderde. Hij erkende ook dat vroeger enig water via een tussenweg vloeide. Hij bestreed echter dat hij daardoor onrechtmatig handelde of verantwoordelijk was voor alle gestelde schade.
Het gewelf of de “vaute”
De weduwe stelde dat water in muren en een gewelfde constructie doordrong. Vaute betekent een gewelf; een kelder is mogelijk, maar kan zonder nader bewijs niet als vaststaand worden beschreven.
Een rechtspraak die getuigen nodig had
Oudere bewoners konden beschrijven waar vroeger een waterloop lag. Daarom zijn de verklaringen van de weduwe Arent van Gent, de huisvrouw van Jacques Lammens en Glande de Smet relevant. Hun beschrijvingen van een waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere zijn de gemeenschappelijke kern.
Wat ontbreekt?
Een eigendomsakte, exacte perceelsgrenzen, een plattegrond en een definitieve rechterlijke beslissing zijn nog niet aangetoond. We kunnen dus niet zeggen wie het proces uiteindelijk won.
8. Pieter Van Landschoot en het watergeschil in de Magdalenstraat
In de jaren dertig van de zeventiende eeuw woonde Pieter Van Landschoot in de Magdalenstraat te Gent. Zijn naam verschijnt in een reeks processtukken over de afwatering tussen aangrenzende huizen. Deze documenten leveren een zeldzame inkijk in het dagelijks leven van een lid van de Gentse familietak, de bewoningsgeschiedenis van een woning en de wijze waarop stedelijke buren hun rechten verdedigden.
De aanleiding was een conflict met de weduwe van Jooris de Nicque. Zij beweerde dat Pieter door grondwerken, het verleggen van een greppel en wijzigingen aan het dak water tegen de muren en over een gewelf van haar huis liet lopen. De muren zouden daardoor vochtig zijn geworden en het gewelf en de daarop rustende woning beschadigd. Zij bracht haar klachten in zestien artikelen voor de bevoegde instantie.
Pieter wees het merendeel van deze beschuldigingen af. Niettemin gaf hij toe dat er op zijn erf vroeger een ophoping van aarde en gruis lag, waardoor regenwater gedeeltelijk via een tussenweg vloeide. Hij had die ophoping gedeeltelijk verwijderd, maar ontkende dat de gevolgen die de weduwe beschreef rechtens aan hem mochten worden toegerekend. Ook de kwestie van een nieuw dakvenster en enkele dakpannen kwam in zijn antwoorden aan bod.
De vroegere loop van het regenwater werd onderzocht met behulp van getuigen. De weduwe van Arent van Gent verklaarde op 20 december 1635 dat zij jaren eerder in het huis had gewoond. Op 1 februari 1636 getuigde de huisvrouw van Jacques Lammens dat zij zes jaar verbleef in het huis dat inmiddels aan Pieter Van Landschoot toebehoorde, gelegen in de Magdalenstraat. Een derde getuige, Glande de Smet, beschreef op 9 december 1639 zijn vroegere verblijf als knecht en kuiper bij de wijnhandelaar Pieter Stalens, eveneens in de latere woning van Pieter.
De drie verklaringen wijzen telkens op een vroegere waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere. De getuigen herinnerden zich niet dat achter het huis van de weduwe De Nicque een dergelijke greppel aanwezig was. Dit maakte hun verklaringen van betekenis voor de discussie over de vroegere toestand van de percelen.
Het dossier vermeldt een proceshandeling van de schepenen van de Keure van Gent op 6 oktober 1638, waarbij verdere bewijsvoering over de stellingen werd toegestaan. In de antwoorden die op 11 februari 1639 worden gedateerd, trachtte Pieter onderscheid te maken tussen werkzaamheden die hij werkelijk uitvoerde en de aansprakelijkheid die de tegenpartij hem wilde opleggen.
De afloop van de procedure is nog onbekend. Niettemin is het dossier voor de genealogie bijzonder waardevol: het situeert Pieter in een concrete Gentse straat en noemt meerdere vroegere bewoners, buren en getuigen. Vooral een onderzoek naar de overdracht van het huis van Pieter Stalens aan latere eigenaars zou mogelijk nieuwe gegevens over Pieter Van Landschoot en zijn gezin kunnen opleveren.
Het naast deze stukken bewaarde juridische advies over de splitsing van heerlijke renten wordt op een afzonderlijke pagina besproken. Een directe inhoudelijke band met dit watergeschil is niet bewezen.
9. Bronverantwoording
- Werktranscriptie van de processtukken uit het Gentse dossier van Pieter Van Landschoot. SAG OA-FP-3523 Stukken betreffende de familie Landtschoot.
- Stellingen van de weduwe Jooris de Nicque: in de aangeleverde nummering pagina 4–6. De spelling van de familienaam kan variëren.
- Proceshandeling voor de schepenen van de Keure van Gent, 6 oktober 1638 (aangeleverd transcript: pagina 7).
- Getuigenverklaring van de weduwe Arent van Gent, 20 december 1635 (pagina 16).
- Getuigenverklaring van de huisvrouw van Jacques Lammens, 1 februari 1636 (pagina 17).
- Verklaring van Glande de Smet, in de transcriptie gedateerd 9 december 1639 (pagina 18; naamlezing nader te controleren).
- Responsieven van Pieter Van Landschoot, volgens de transcriptie 11 februari 1639 (pagina 19–20).
- De nummers 8–13 lijken kopieën van voorafgaande teksten te bevatten. De beschikbare tekst van pagina 14–15 was eerder aantoonbaar onbetrouwbaar en wordt daarom niet als bewijs gebruikt.

English
Español
Français