Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

English Español Français

Pieter Van Landschoot in de Gentse Magdalenstraat

1635–1639 · Een burengeschil over een greppel, regenwater en de rechten van naburige eigenaars — met hertaling, procesanalyse en historische boektekst.

Een bron uit de Gentse familietak. De processtukken plaatsen Pieter Van Landschoot in de Magdalenstraat te Gent. Hij werd in een burengeschil betrokken met de weduwe van Jooris de Nicque.
Gent · Magdalenstraat

1. De personen en de kwestie

Pieter Van Landschoot bewoonde een woning in de Magdalenstraat. De weduwe van Jooris de Nicque stelde dat werken aan zijn erf, greppel, dakgoot en dakvenster de vroegere afwatering hadden veranderd, waardoor haar muren en gewelf schade opliepen. Pieter betwistte het merendeel van haar zestien stellingen maar erkende een aantal feitelijke ingrepen.

Als vroegere bewoners of buren komen onder meer Pieter de Mey, Jan de Jonckere, de weduwe van Michiel Willemets en wijnhandelaar Pieter Stalens ter sprake. Hun huizen zijn aanwijzingen voor verder topografisch onderzoek.

Leeswijzer. De hertalingen volgen de recent door de onderzoeker verbeterde transcriptie. Een aantal woorden en dateringen blijft te verifiëren op het handschrift. De beschuldigingen zijn geen vastgestelde feiten; de antwoorden van Pieter zijn zijn processtandpunt.
Gent · 1635–1639

De woning van Pieter Van Landschoot

Uit de getuigenverklaringen blijkt dat Pieter Van Landschoot in de eerste helft van de zeventiende eeuw een woning bezat in de Magdelenestraat te Gent, tegenwoordig de Mageleinstraat.

De verklaringen van vroegere bewoners bieden interessante gegevens over de woning, de aangrenzende huizen en de afwatering van de betrokken erven.

Opmerking: de huidige Mageleinstraat stemt overeen met de historische straatnaam. De precieze ligging van de woning van Pieter Van Landschoot binnen deze straat is nog niet vastgesteld.

Chronologisch kader

2. Tijdlijn van het dossier

20 december 1635

De weduwe van Arent van Gent legt een verklaring af over de vroegere afwatering.

1 februari 1636

De echtgenote van Jacques Lammens situeert het huis van Pieter in de Magdalenstraat.

6 oktober 1638

De schepenen van de Keure laten verdere verificatie van de geponeerde feiten toe.

11 februari 1639

De aangeleverde transcriptie dateert Pieters antwoorden op de zestien stellingen op deze dag.

9 december 1639

Glande de Smet verklaart over de periode waarin hij bij Pieter Stalens verbleef.

Onbekend

Een definitief vonnis is in de beschikbare transcriptie niet aangetoond.

Dat een getuigenis uit december 1639 later valt dan Pieters antwoorden in februari 1639 hoeft niet strijdig te zijn, maar de precieze dossierordening en datums blijven controlepunten.

Processtellingen en responsieven

3. De zestien artikelen naast Pieters antwoorden

De linker kolom bevat een hertaalde samenvatting van wat de weduwe stelde. De rechter kolom bevat wat Pieter erkende of ontkende; dit is geen rechterlijke beoordeling.

Nr.Stelling van de weduweReactie van Pieter
1Wijziging waterloop
De weduwe beweert dat Pieter de gewone loop van het water heeft veranderd en haar daardoor schade heeft berokkend.
Ontkent artikel 1.
2Oude afwateringsroute
Volgens haar liep het regenwater vroeger via een greppel door een tussenweg nabij de huizen van Pieter de Mey en de weduwe van Michiel Willemets.
Betwist artikel 2 zoals geformuleerd; erkent een hoop aarde en gruis op zijn erf waardoor een deel van het water via de tussenweg liep.
3Nieuwe greppel
Zij stelt dat Pieter de greppel heeft verlegd, rondom haar huis en over haar gewelf.
Ontkent artikel 3.
4Bevoegdheid
Volgens de weduwe had hij niet het recht die wijziging door te voeren.
Ontkent artikel 4.
5Beschadiging
Zij schrijft beschadigingen aan muren, roerende goederen en het gewelf toe aan de gewijzigde afwatering.
Ontkent artikel 5.
6Ligging van de greppel
De greppel zou deels op haar grond zijn aangelegd, zonder toestemming.
Ontkent artikel 6.
7Erfdienstbaarheden
De stelling verwijst naar het verbod om rechten of erfdienstbaarheden op andermans grond te belemmeren of te beschadigen.
Erkent artikel 7 (een algemene rechtsregel over rechten op andermans grond).
8Vochtige muren
Volgens haar werden de muren en het gewelf zo vochtig dat er dagelijks water uit sijpelde.
Ontkent artikel 8.
9Afgraven van aarde
Pieter zou aarde langs haar muur ongeveer anderhalve voet hebben verwijderd, met een gewijzigde hoogte van het terrein tot gevolg.
Erkent dat hij de hoop aarde en gruis gedeeltelijk verwijderde en zijn erf verlaagde; volgens hem nog niet volledig tot het oude niveau.
10Nieuwe waterstroming
De weduwe schrijft de infiltratie in muur en gewelf toe aan de gewijzigde hoogte en waterloop.
Ontkent artikel 10.
11Dakwater
Het water van Pieters dak zou volgens haar tegen haar muur en gewelf vallen.
Ontkent artikel 11.
12Dakgoot
De door Pieter aangelegde dakgoot zou eveneens wateroverlast en schade hebben veroorzaakt.
Ontkent artikel 12.
13Gewelf en woning
Het doorsijpelende water zou het gewelf vervuilen en een daarop rustend deel van haar woning aantasten.
Ontkent artikel 13; verwijst naar zijn antwoord op artikel 2.
14Tussenweg afgesloten
Zij zegt dat de vroegere doorgang voor de waterloop tussen nabijgelegen huizen was opgevuld of afgesloten.
Erkent artikel 14, maar zegt dat water niet meer door de tussenweg hoeft te lopen omdat hij het zelf opvangt; de slotwoorden zijn onzeker.
15Hoogteverschil
Zij vergelijkt de hoogte van de voormalige tussenweg met die van de betwiste greppel; het slot van de werktranscriptie is onduidelijk.
Ontkent artikel 15.
16Dakvenster
Zij verwijt Pieter of zijn werklieden schade door het maken van een nieuw dakvenster; hij zou herstel hebben toegezegd.
Betwist artikel 16 zoals geformuleerd; zegt dat hij vrijwillig één of twee dakpannen zou laten leggen en dit ook heeft gedaan, zonder zich daartoe verplicht te achten.

De nummering van het oorspronkelijke stuk is bij de dakwaterartikelen deels rommelig; de tabel volgt de zestien opeenvolgende onderwerpen zoals te reconstrueren uit het werktranscript.

Getuigenissen 1635–1639

4. Drie verklaringen over de oude waterloop

De getuigen beschrijven de toestand van het huis vóór de betwiste werken. Hun herinneringen zijn belangrijk bewijs, maar geen kadastraal plan of eigendomstitel.

20 december 1635 — Weduwe van Arent van Gent

Zij verklaart ongeveer vijf jaar te hebben gewoond in het huis dat Pieter later bewoonde; zij had geen greppel achter het huis van de weduwe De Nicque gezien, maar wel een waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere. Zij zegt ongeveer dertig jaar eerder te zijn verhuisd.

Voorbehoud: Het jaartal circa 1605 is slechts een afleiding uit de herinnering van de getuige; er is geen eigendomsakte.

Werktranscriptie

Ick onderschreven, verclaere ende attesteren ten versoucke van de Jooris denicque zo ick doe bij desen, waerachtich te zijne dat ick ghewoont hebbe in thuijs daer nu jegenwoordich Inne woont Pr van lantschoot, den tijt van vijf Jaeren ende noijt gheene greppe nochte waterloop achter den huijse van voorn wed Jooris nicque nochte inden ganck vande voorn. lantschoot ghesien thebben noch te noit verstaen thebben maer welghesien thebben datter eenen waterloop was tusschen den huijse van Pr de mey ende den huijse van Jan de Jonckere, als dan daer verhuijst zijnde nu gheleden ontrent de xxx Jaeren Presenterende al tself wettellijck onder eedt te verclaeren noodt synde atctum den xx sten den decembris 1635 tmerck van wede. Arent van gendt
1 februari 1636 — Echtgenote van Jacques Lammens

Zij verklaart zes jaar te hebben gewoond in het huis dat op het moment van de verklaring aan Pieter Van Landschoot toebehoorde, gelegen in de Magdalenstraat. Ook zij beschrijft de oudere waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere.

Voorbehoud: Dit is de uitdrukkelijke vermelding van de Magdalenstraat en volgens de getuige Pieters eigendom.

Werktranscriptie

icke onderschreven verclaere ghewont hebben detyt van zes jaeren yn het huis alsnu toebehoorende pieter van Landschoot staend ein de Magdalena straete gedeurende welcken tijd Ick wel gaede ghesleghen ende bemeerckt hebbe, dat aldaer ten selven tyde, niet gheleghen en heeft eene greppe die alsnu verstaen thebben ghedaen maecken te syne byden voornomden landtschoot rondtommme het huus vande Wed Jooris de nicque, maer wel ghesien t'hebben datter nevens de huusen van Pr. de meij, ende Jan de Joncker ten selven tyde daerinne wonende gheleghen heeft eenen waterloop, door den welcken alle de wateren vallende van huuse vanden voern landtschoot waerin haerend ende haerl. cours waeren nevende, tvoorconde hebbe dese gherecht met presentie van tselve onder eedt te verclaeren voor alle dingen dies versocht synde desen 1. februarij xvic. zessendertigh van tmercq dhuusvrauwe van Jaecques Lammens
9 december 1639 — Glande de Smet (naamlezing te verifiëren)

De getuige werkte als knecht en kuiper ongeveer drie jaar bij wijnkoopman Pieter Stalens in het huis dat Pieter later bewoonde. Volgens de verklaring liep de oude waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere; de getuige was ongeveer twaalf jaar eerder vertrokken.

Voorbehoud: Naamlezing en de slotformule over de eed vergen controle aan het handschrift. De genoemde datum is later dan Pieters antwoorden.

Werktranscriptie

Ick onderschreven verclaere ende attesteere ten versoucke van wed Jooris denicque zoo ick doe bij desen warachtich te zijnen datick ghewont hebbe als knecht ende kuijpere met Pr stalens Coopman in sijnen Leven van wijne in thuijs daer nu Jeghen wordelick Inne woont Pr van Lantschoot den tijt van drij continuiele Jaeren soo daerontrent en noijt gheene greppe noch te waterloop achter den huuse van voorn. w Jooris de nicque nochte inden ganck van voorn. Lantschoot ghesien thebben nochte noijt verstaen thebben maer wel ghesien thebben datter eenen waterloop was tusschen den huijse van Pieter de meij ende den huuse van Jan de jonckere als van daer verhuijst zijnde ontrent de twaelf Jaeren Puterende al tselve wettel. sonder eedt te verclaeren noot sijnde Aactum den ixen decembris 1639 Glande de smet
6 oktober 1638

5. Proceshandeling door de schepenen van de Keure

De schepenen van de Keure van Gent namen kennis van het proces tussen Pieter Van Landschoot, aangeduid als heesscher appellant, en de weduwe van Jooris de Nicque, aangeduid als verweerster. Voor zover uit het werktranscript blijkt, lieten zij de partijen toe de aangevoerde feiten te verifiëren.

Juridische draagwijdte: dit is geen bewezen definitief vonnis waarbij een van de partijen gelijk krijgt.

Bekijk de transcriptie van de proceshandeling
Schepenen vande keure der stede van ghendt ghesien tproces voorhemlieden In wettelicke ghebannen vierschaere beleedt ende gheconcludeert int advijs, tusschen Pieter van landtschoot heesscher appellant ter eendersyde, ende dewe. van jooris de nicque verweerder D andere, mette Act letteren ende munimenten by parlyen overgheleijt ende ghefurniert, ende op als gheleedt, wysen ende admitteren pryen tot verificate vande— fauten ende vernieten by heml. respectivel. gheposeert Actum den vi sten Octob. xviC achtendertich
Brongetrouw, met voorbehoud

6. Werktranscripties van de processtukken

De teksten hieronder zijn overgenomen uit de verbeterde transcriptie die de onderzoeker aanleverde. De nog onzekere lezingen blijven staan; ze zijn niet aangevuld met verzonnen formuleringen. Het zijn dus werktranscripties en geen definitieve diplomatische editie.

Pagina 4–6 · Stellingen van de weduwe
Positien omme de wed Jooris de nicque ghenoemt verweerder ter eendere Jeghens Pieter van Lansschot Schepen vande kuere in vierschaere Gheinstitueert dat copije van dese ende pieter van Lantschoot ghedaen ten huise acten Den XXVII november 1- Alvooren dat thij applt den waterganck of gheduerteert van sijnen handen ordinairen cours looppende snatien, ten groote schade ende Intereste vande gheinth verweder 2 - datte wateren vallende op sijn plaetse van ouden tijden gheleedt sijn gheweest voor eene greppe door den tusschen wel van wijlen Sr Pieter de meij ende tgonner van wed MI van Willemets 3- Dat hij applt nochtans de selve greppe geett verleijt ende gheleedt rontsom t'gheinth huus ende over haere vaute 4- Dat hij t selve niet en heeft vermoghen te doen 5- Dat door de selve veranderin bedorven was haere meuren meublen ende de voorseide vaute 6- den applt de voorseijde greppe gheleit op ende in deele vans ghemelt overr tgone niet ghepermitteerten is, 7- Dat oock boden is te verargeren, beletten ende Pag 5- bedernen de secuituijten competerende op ende in eens anders gront ende eerfve 8- Dat door de voorn. veranderinghe alle de meuren, van t'gheampt theesschers huus daer de voorsz. greppe, rontsom is, loopende, ende de gone staende opde voorseij de vaute soo romatijcq en de vochtich sijn dat sij dagelicx vutweerpen ende laeten vut vallen groote quantiteijt van water 9- Dat hij tot het verlegghen vande voorn. greppe de aerde gheleghen hebbende an ’sghenaemt t'heeschers muer wel eenen voet en half heeft vermedert, ende oock soo sijne in deere daerontrent commende 10- Dat daerdoore dander sijde vande plaetse daer hier te vooren de vallende wateren hunnen loop plachten te hebben buijten maten is verhoocht ende de zelve water sijncken naer de voorschreven sverweerder vaute ende muer door d'abondantie van welcke hij teenemale deselve zijn bedervende 11- dat hij mette daecken van zijn weercken de afcommende water en heeft doen vallen op tghenaempt heeschere muer ende vaute daerdoore deselve was bederiende, 11 12- dat oock de tghenaempt heeschere bij het legghen van s'appellants gote is gheprediciert door den val van wateren, 13- Dat door tlegghen van de zelve gote ende het leeghen ofte vernederen vande in voors plaetse, haere vaute seer vervuijlt zijnde vande wateren ende door het door sincken van diere de selve ende den meesten deel van haer huijs daerop staende ghesschaet wort bedorven 14- Dat nochtans de voors: wateren plocht te vloijen ende loopen door den tusschen weech van den huijsse van Pieter de meij en de degone vande wed michiel willemets voornt die al teenemael is opghesopte ende ghesloten 15- en ock door denselve water sne tonnen past t 'entusschen wech nu veel hoogher licht als de questiense greppel en de plaetse daerop die geleijt is PAG 6 item dat de schaede ghedaen an haer dack is gheschiet door den appellant ofte sijnen weercklieden door het maken van eene nieuwe dack veijnuster, Dat den applt over sulcx de voorn. schade heeft belooft te repareren zoo sij in t deele heeft begonst te doene, versouckende dat den applt hierop zal antworden verbin pertinentelick tredit vel non onder behoorelicken eedt binnen corten tijt op peine van versteen ten proffijte als naer rechte 1638
Pagina 19 · Antwoorden van Pieter, eerste deel
de dhr appellant heeft verclaert onder den eedt de callia tinhoude om dese zijne respon te wesen wircse waerachtigh present dheeren Jan Bode den xi sten febr 1639 desponsieven omme Pieter van Landtschoot appellant ten eende syde jeghens de we jooris de Nicque verweerder ter ander voor mijne Edelz heer Schepen vander keure in vierschaer Alvooren seghe den den appellant ten alle van ghejuth de positien niet te ghelooven Op het tweede arle tselv oock niet te ghelooven Inder vormen ende maniere soo gheposeert wordt maer ghelooft dat alsoo sijne voorsaeke op den ouden grondt van syn plaetse eenen hoop aerde ende greis ende dat daerdeure deselve plaets Lach met eenen bult alsvan een weynich van het waeter daerop vallende synen Cours ghenomen heeft deurden tusschen wech bij tselve arle vermelt, niet ghelovende tinhouden van derden arle Soo hij oock niet en ghelooft tInhouden van den vierden arle T vyfde arle oock niet te ghelooven t'zeste arle oock niet te ghelooven Tsevende arle te ghelooven nochte en ghelooft oock niet tinhouden van den achtsten arle op het neghenste ghelooft den voorsz. hoop eerde ende greys gheleghen hebbende up sijne plaetse ten deele gheweest t hebben ende daermede vernedert sijne plaetse hoe wel hij tselve noch nieten heeft gheweert tot op den ouden grondt
Pagina 20 · Antwoorden van Pieter, vervolg
Op het thiende alle arle niet te ghelooven. soo hij oock niet ghelooft het xi ste arle nochte oock het twaelfste article Niet gheloovende thinhoude van XIIi ste arle anders nochte voorde den soo hiervooren gheseyt is op het tweede article Op het veerthiende arle tself te ghelooven maer en is niet van noode datter deur den ghelibelleerden tusschen wech eenigh water passeert midts datter bij den appellant ghevanghen wordt ende dat dien is ligghende gheht hij van Ouden tyden ghedaen heeft niet ghelovende tInhouden van den xv den arle Soo hy oock niet en ghelooft t Inhouden van zesthienden arle Inder vormen ende manieren den ghelooft gheseit t'hebben dat hy een tichele ofte twee soude doen legghen maer niet wil obligatoir hoe wel hij tselve oock ghedaen heeft Presentierende de voorschre responsinen t'affirmeren by eede daermede hy sustineert te moeten ghestaene ende dat de ghefuth doen sal haere prenne ter naesten vierschaeren op peyne van dies versteken te sine ende blyfven met heesscher van Costen
Historisch-juridische verklaring

7. Wat stond er op het spel?

De waterloop en erfdienstbaarheden

De kernvraag was of Pieter de loop van afstromend water over of langs de percelen mocht veranderen. De weduwe beriep zich op een vroegere situatie en op rechten die door haar buurman niet geschonden mochten worden. Of die rechten rechtens bestonden en welke omvang zij hadden, moest worden bewezen.

Afgraven is niet hetzelfde als aansprakelijkheid erkennen

Pieter gaf toe dat hij aarde en gruis van zijn erf verwijderde. Hij erkende ook dat vroeger enig water via een tussenweg vloeide. Hij bestreed echter dat hij daardoor onrechtmatig handelde of verantwoordelijk was voor alle gestelde schade.

Het gewelf of de “vaute”

De weduwe stelde dat water in muren en een gewelfde constructie doordrong. Vaute betekent een gewelf; een kelder is mogelijk, maar kan zonder nader bewijs niet als vaststaand worden beschreven.

Een rechtspraak die getuigen nodig had

Oudere bewoners konden beschrijven waar vroeger een waterloop lag. Daarom zijn de verklaringen van de weduwe Arent van Gent, de huisvrouw van Jacques Lammens en Glande de Smet relevant. Hun beschrijvingen van een waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere zijn de gemeenschappelijke kern.

Wat ontbreekt?

Een eigendomsakte, exacte perceelsgrenzen, een plattegrond en een definitieve rechterlijke beslissing zijn nog niet aangetoond. We kunnen dus niet zeggen wie het proces uiteindelijk won.

Boektekst · Gentse familietak

8. Pieter Van Landschoot en het watergeschil in de Magdalenstraat

In de jaren dertig van de zeventiende eeuw woonde Pieter Van Landschoot in de Magdalenstraat te Gent. Zijn naam verschijnt in een reeks processtukken over de afwatering tussen aangrenzende huizen. Deze documenten leveren een zeldzame inkijk in het dagelijks leven van een lid van de Gentse familietak, de bewoningsgeschiedenis van een woning en de wijze waarop stedelijke buren hun rechten verdedigden.

De aanleiding was een conflict met de weduwe van Jooris de Nicque. Zij beweerde dat Pieter door grondwerken, het verleggen van een greppel en wijzigingen aan het dak water tegen de muren en over een gewelf van haar huis liet lopen. De muren zouden daardoor vochtig zijn geworden en het gewelf en de daarop rustende woning beschadigd. Zij bracht haar klachten in zestien artikelen voor de bevoegde instantie.

Pieter wees het merendeel van deze beschuldigingen af. Niettemin gaf hij toe dat er op zijn erf vroeger een ophoping van aarde en gruis lag, waardoor regenwater gedeeltelijk via een tussenweg vloeide. Hij had die ophoping gedeeltelijk verwijderd, maar ontkende dat de gevolgen die de weduwe beschreef rechtens aan hem mochten worden toegerekend. Ook de kwestie van een nieuw dakvenster en enkele dakpannen kwam in zijn antwoorden aan bod.

De vroegere loop van het regenwater werd onderzocht met behulp van getuigen. De weduwe van Arent van Gent verklaarde op 20 december 1635 dat zij jaren eerder in het huis had gewoond. Op 1 februari 1636 getuigde de huisvrouw van Jacques Lammens dat zij zes jaar verbleef in het huis dat inmiddels aan Pieter Van Landschoot toebehoorde, gelegen in de Magdalenstraat. Een derde getuige, Glande de Smet, beschreef op 9 december 1639 zijn vroegere verblijf als knecht en kuiper bij de wijnhandelaar Pieter Stalens, eveneens in de latere woning van Pieter.

De drie verklaringen wijzen telkens op een vroegere waterloop tussen de huizen van Pieter de Mey en Jan de Jonckere. De getuigen herinnerden zich niet dat achter het huis van de weduwe De Nicque een dergelijke greppel aanwezig was. Dit maakte hun verklaringen van betekenis voor de discussie over de vroegere toestand van de percelen.

Het dossier vermeldt een proceshandeling van de schepenen van de Keure van Gent op 6 oktober 1638, waarbij verdere bewijsvoering over de stellingen werd toegestaan. In de antwoorden die op 11 februari 1639 worden gedateerd, trachtte Pieter onderscheid te maken tussen werkzaamheden die hij werkelijk uitvoerde en de aansprakelijkheid die de tegenpartij hem wilde opleggen.

De afloop van de procedure is nog onbekend. Niettemin is het dossier voor de genealogie bijzonder waardevol: het situeert Pieter in een concrete Gentse straat en noemt meerdere vroegere bewoners, buren en getuigen. Vooral een onderzoek naar de overdracht van het huis van Pieter Stalens aan latere eigenaars zou mogelijk nieuwe gegevens over Pieter Van Landschoot en zijn gezin kunnen opleveren.

Het naast deze stukken bewaarde juridische advies over de splitsing van heerlijke renten wordt op een afzonderlijke pagina besproken. Een directe inhoudelijke band met dit watergeschil is niet bewezen.

Verantwoording & verder onderzoek

9. Bronverantwoording

  1. Werktranscriptie van de processtukken uit het Gentse dossier van Pieter Van Landschoot. SAG OA-FP-3523 Stukken betreffende de familie Landtschoot.
  2. Stellingen van de weduwe Jooris de Nicque: in de aangeleverde nummering pagina 4–6. De spelling van de familienaam kan variëren.
  3. Proceshandeling voor de schepenen van de Keure van Gent, 6 oktober 1638 (aangeleverd transcript: pagina 7).
  4. Getuigenverklaring van de weduwe Arent van Gent, 20 december 1635 (pagina 16).
  5. Getuigenverklaring van de huisvrouw van Jacques Lammens, 1 februari 1636 (pagina 17).
  6. Verklaring van Glande de Smet, in de transcriptie gedateerd 9 december 1639 (pagina 18; naamlezing nader te controleren).
  7. Responsieven van Pieter Van Landschoot, volgens de transcriptie 11 februari 1639 (pagina 19–20).
  8. De nummers 8–13 lijken kopieën van voorafgaande teksten te bevatten. De beschikbare tekst van pagina 14–15 was eerder aantoonbaar onbetrouwbaar en wordt daarom niet als bewijs gebruikt.
Onderzoeksvragen: Waar lag het huis precies in de Magdalenstraat? Wanneer verwierf Pieter het? Was er een eerder verband met wijnhandelaar Pieter Stalens? Wat was het uiteindelijke vonnis? Voor deze vragen zijn aanvullende primaire bronnen nodig.