Van Landschoot in de stadsrekeningen van Gent
Pachten, visrechten, graslanden en kleine uitpachten langs de Lieve in Adegem, van de zestiende tot het begin van de zeventiende eeuw.
De Gentse stadsrekeningen bewaren een lange reeks vermeldingen van leden van de familie Van Lantschoot en naamvarianten. De registraties gaan vooral over pachtgronden, graslanden, visrechten en kleine uitpachten langs de Lieve, de waterweg die Gent met Damme en Brugge verbond.
Door de omvang van het materiaal is deze pagina opgebouwd als een tijdlijn met uitklapbare onderdelen. Zo blijven de jaarlijkse herhalingen overzichtelijk, terwijl namen, bedragen, percelen en archiefverwijzingen toch bewaard blijven.
De Lieve als handelsroute
In de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne periode vormden waterwegen een onmisbare schakel in het handelsverkeer. De Lieve was reeds in de dertiende eeuw gegraven om Gent via Damme en Brugge met de Noordzee te verbinden.
Voor het familieonderzoek is vooral het knooppunt bij Raverschoot belangrijk, op de grens van Adegem en Eeklo, waar een tak van de familie Van Landschoot woonde. Via de Lieve werden onder meer wol, lakens, graan, wijn en zout vervoerd.
1540–1541 — Graslanden, visrechten en vogelvangst
In de rekening van 1540–1541 worden ontvangsten geboekt uit de verpachting van gherssinghen, de graslanden langs de Lieve, samen met vogelvangst en visserijrechten. De verpachting was reeds in 1539 door stedelijke commissarissen geregeld.
| Huurder | Verwantschap | Bedrag |
|---|---|---|
| Pieter van Landtschoot | zoon van Cornelis | 36 schellingen groten |
| Jan van Landtschoot | zoon van Cornelis | 22 schellingen groten |
De betalingen hadden betrekking op twee barmen: graslanden of percelen langs de Lieve. De jaarlijkse huurprijs bedroeg volgens de voorwaarden van 6 augustus 1536 drie pond groten.
1542–1546 — Voortgezette pacht door Pieter en Jan
Dezelfde verpachting keert in de volgende jaren terug. Pieter en Jan van Landtschoot, beiden zonen van Cornelis, betaalden jaarlijks respectievelijk 36 en 22 schellingen groten. De stadsrekening vermeldt daarnaast andere pachters, maar de twee familieleden vormen een duidelijk terugkerend duo.
De continuïteit tot 1546 wijst erop dat zij niet toevallig één jaar een perceel huurden, maar gedurende langere tijd vaste gebruikers waren van gras- en visgronden langs de Lieve.
1546–1564 — Langdurige pacht van zes percelen
Vanaf het midden van de zestiende eeuw worden Pieter en Jan van Lantschoot vermeld als pachters van zes stukken land langs de Lieve, op of nabij de grens van Adegem en Eeklo. De jaarlijkse huur bedroeg 9 pond en 5 schellingen groten.
Naast hen verschijnt Mathijs Minne als pachter van een afzonderlijk perceel voor 2 pond en 9 schellingen groten. Vanaf het midden van de jaren 1550 werd Pieter vervangen door Laurens van Lantschoot, die samen met Jan de zes percelen bleef huren.
| Rekeningjaar | Pachters | Bedrag | Aantekening |
|---|---|---|---|
| 1546/47 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Zes percelen land |
| 1548/49 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1549/50 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1550/51 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1552/53 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Met Mathijs Minne: + £ 2–9 s. |
| 1554/55 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Zelfde pacht |
| 1555/56 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Zelfde pacht |
| 1557/58 | Pieter en Jan | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1558/59 | Jan en Laurens | £ 9–5 s. | Laurens volgt Pieter op |
| 1560/61 | Jan en Laurens | £ 9–5 s. | Apart perceel Pieter: 29 s. |
| 1561/62 | Jan en Laurens | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1562/63 | Jan en Laurens | £ 9–5 s. | Voortzetting |
| 1563/64 | Jan en Laurens | £ 9–5 s. | Laatste vermelding in deze reeks |
1568–1572 — Overlijden van Jan en voortzetting door zijn weduwe
In 1568/69 werd de pacht van de zes percelen voortgezet door Laurens van Lantscoot en Aernoudyne Smakers, de weduwe van Jan van Lantscoot. Zij betaalden opnieuw 9 pond en 5 schellingen.
Pieter van Lantscoot huurde daarnaast een afzonderlijk perceel aan de noordzijde, vanaf de Bosbrug of Boterbrug tot aan het land van de kinderen van Mathijs Hemtkins. Het perceel mat volgens de rekening twee bunderen en 250 roeden en bracht jaarlijks 30 schellingen groten op.
| Jaar | Huurders | Percelen | Bedrag |
|---|---|---|---|
| 1568/69 | Laurens en Aernoudyne; Pieter afzonderlijk | Zes percelen + noordelijk perceel | £ 9–5 s. + 30 s. |
| 1569/70 | Dezelfde | Zelfde percelen | Ongewijzigd |
| 1570/71 | Dezelfde, met kleine bijdragen van verwanten | Zelfde percelen | Zie detail |
| 1571/72 | Dezelfde | Zelfde percelen | Ongewijzigd |
1570 — Kleine uitpachten op de Lieve
Onder het hoofdstuk Thene ofte Cleene vutpachten op de Lieve worden kleine bedragen geboekt die vaak slechts enkele groten bedroegen. Het ging vermoedelijk om kleine cijnsdelen, gebruiksrechten of symbolische bijdragen.
| Naam | Handelde voor | Bedrag |
|---|---|---|
| Weduwe van Simon van Lantscoot | zichzelf | 2 groten |
| Pieter van Lantscoot | zichzelf | 3 groten |
| Bartelmeeus Lambrecht | weduwe van Simon van Lantscoot | 2 groten |
| Cornelis de Vuldere | weduwe van Simon van Lantscoot | 2 groten |
| Joos van Lantscoot | Adam Dyserinc | 2 groten |
| Laurens van Lantscoot | Adriaen Nombroot | 4 groten |
| Huisvrouw van Lambrecht van Lantscoot of Corijn Jacopszoon | niet nader bepaald | 4 groten |
1584–1585 — Pacht, achterstal en ‘memorie’
In 1584 trad de weduwe van Laurens van Lantschoot samen met haar kinderen en medehuurder Adriaen Pynckel, zoon van Pieter, op voor de pacht van zes grote percelen land. Voor de termijn die op Bamisdag, 1 oktober 1584, verviel, werd 10 pond Vlaams betaald.
Een afzonderlijk perceel van twee bunderen en 250 roeden werd gehuurd door Jan van Lantschoot, Adriaen Pynckel en Nicasie Coorde. Daarvoor betaalden zij 2 pond Vlaams.
In 1585 bleven beide betalingen uit. De rentmeester boekte de verschuldigde bedragen daarom niet als ontvangen, maar als memorie: een openstaande schuld die in de rekening werd bewaard om later nog te innen.
1593–1594 — De vrijheid op de Lieve
De registers vermelden ook personen die de zogenaamde vrijheid op de Lieve kochten. Die vrijheid gaf toegang tot de waterweg en bracht de gebruiker binnen een stedelijk juridisch kader voor geschillen over vracht, laden, lossen en vervoer.
Op 16 juli 1593 betaalde Lambrecht van Lantschoot, ongeveer 21 jaar oud en woonachtig te Brugge, 20 schellingen voor deze vrijheid. In 1594 volgden Nicasius Roelof en Jan Roelof.
Bronnenoverzicht
- RA Gent 34864 — 1540/41 — fol. 6r/266
- RA Gent 34866 — 1542/43 — fol. 8/290
- RA Gent 34871 — 1546/47 — fol. 6/223
- RA Gent 34872 — 1550/51 — fol. 6/218
- RA Gent 34873 — 1549/50 — fol. 6/242
- RA Gent 34874 — 1548/49 — fol. 7/269
- RA Gent 34875 — 1547/48 — fol. 7/280
- RA Gent 34876–34885 — 1552 tot 1563
- RA Gent 34886 — 1563/64 — fol. 10/311
- RA Gent 34893 — 1570 — fol. 7–8
- RA Gent 34900 — 1584–1585 — fol. 13/438
- RA Gent 34909 — 1593–1594 — fol. 33/389

English
Français
Español