Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

← Terug naar overzicht 1200–1300

De Lancschote te Ertvelde in 1232

In 1232 verschijnt een vroege vermelding van de Lancschote te Ertvelde. Voor de geschiedenis van de naam Van Landschoot is dit vooral belangrijk als toponymisch spoor. De vermelding toont dat plaats- en veldnamen op -schoot al vroeg in Vlaanderen voorkwamen.

Waarom deze vermelding belangrijk is:
de Lancschote is geen uitgewerkte genealogische vermelding met verwantschappen, maar wel een vroeg naamkundig aanknopingspunt. De vorm sluit aan bij een brede groep Vlaamse plaatsnamen waarin -schoot verwijst naar een landschappelijk kenmerk, een perceel of een herkenbare hoek grond.
de Lancschote Lanc scoet Lanscoet Lenscoet Landscoet Landschoot Van Landschoot
1232

Een vroege schoot-naam te Ertvelde

De vermelding de Lancschote te Ertvelde behoort tot de vroege naamkundige sporen die van belang zijn voor het onderzoek naar Landschoot en verwante vormen. Zij wijst in de eerste plaats naar een plaats of veldnaam, niet noodzakelijk naar een familienaam in erfelijke zin.

Toch is de vermelding waardevol. Zij toont dat het naamtype -schoot al in de dertiende eeuw in Vlaanderen voorkwam. Zulke plaatsnamen konden later gemakkelijk overgaan op personen die bij zo’n plaats woonden, ervan afkomstig waren of ermee verbonden werden.

Naamkundig kernpunt

de Lancschote te Ertvelde, 1232

Deze vorm kan worden gelezen als een vroege plaatsnaam of veldnaam. Voor de familiegeschiedenis is vooral de overeenkomst met latere vormen als Lanc scoet, Lenscoet, Landscoet en Landschoot van belang.

Naamtype

Schoot-namen in Vlaanderen

Het Vlaamse land was rijk aan plaats- en veldnamen op -schoot. Vaak kreeg het grondwoord een bepalend eerste deel, dat iets kon zeggen over de vorm, de ligging, de begroeiing, het water, een persoon of een functie van het terrein.

Bekende dorpsnamen zijn bijvoorbeeld Noordschote, Zuidschote en Bikschote in West-Vlaanderen. Ook in noordelijk Oost-Vlaanderen werden door naamkundigen als Gysseling en Verstegen verschillende veldnamen op -schoot genoteerd.

Voorbeelden zijn onder meer: ten Scoete, Boudenscoet, Breedescoet, Langhenscoet, Sceerpscoet, Arnescoet, Harenscoet, Eexcoet en te Waterscote.

Daarnaast komen ook vormen voor als abschoot, brantschoot, beyschoot, boeschot, eetschoot, haesckoot en noenschoot, onder meer in verband met Lokeren in de zestiende eeuw.

Betekenis

Wat betekent “schoot”?

In de naamkunde wordt schoot vaak verklaard als een landschappelijke aanduiding. Gysseling omschreef het als een beboste hoek hogere grond die vooruit springt in moerassig terrein. Dat is een topografische verklaring: de naam beschrijft dan een herkenbaar stukje landschap.

Men moet dit wel voorzichtig lezen. Zulke verklaringen steunen niet altijd op plaatselijk terreinonderzoek, maar sluiten soms aan bij oudere naamkundige vergelijkingen. Daarbij wordt ook verwezen naar het Oudengelse sceat, dat in plaatsnamen de betekenis kan hebben van een hoek land of een uitspringend stuk grond.

In eenvoudige woorden: een schoot kan een herkenbare hoek, uitloper of afgebakend stuk grond zijn geweest, vaak in een landschap met natte en droge zones.
Niet altijd hoog

Een schoot kon ook laag of nat gelegen zijn

De verklaring van schoot als hoger gelegen grond past niet altijd even goed bij alle Vlaamse voorbeelden. Namen als Waterschoot en Paddenschoot wijzen erop dat een schoot ook met water, natte grond of een lager gelegen omgeving verbonden kon zijn.

Paddenschoot, vermeld in de zeventiende eeuw te of in de omgeving van Belsele, kan bijvoorbeeld worden vergeleken met plaatsnamen als Paddenbroek. Dat soort namen doet eerder denken aan een natte of drassige omgeving dan aan een uitgesproken hoog stuk land.

Het grondwoord schoot moet daarom niet te eng worden opgevat. Het eerste deel van de samenstelling geeft vaak extra informatie: soms over een eigenaar, soms over de vorm, soms over begroeiing, water of ligging.

Eerste deel van de naam

Wat zegt het eerste deel van een schoot-naam?

In namen als Boudenschoot kan het eerste deel mogelijk naar een persoon of bezitter verwijzen. In namen als Breedescoet, Langhenscoet of Sceerpscoet lijkt het eerder om de vorm van het terrein te gaan: breed, lang of scherp.

Andere namen kunnen verwijzen naar begroeiing of natuurlijke kenmerken. Het kan dan gaan om bomen, struiken, water, moeras, wegen of een bepaald gebruik van het perceel.

Toegepast op Lancschote

Bij Lancschote kan het eerste deel Lanc- mogelijk wijzen op iets langs, langwerpigs of uitgestrekts. Dat sluit goed aan bij het beeld van een schoot als een herkenbaar stuk land, hoek of uitloper in het landschap.

Waarschoot

Een naam met een mogelijke beschermende functie

Een Oost-Vlaamse naam die in de naamkundige bespreking opvalt, is Waarschoot. Het eerste deel wordt verbonden met de stam van het werkwoord waren, in de betekenis van voor schade behoeden of beschermen.

Volgens die uitleg zou deze schoot een beschermende functie hebben gehad, mogelijk als gracht, berm of afscherming. Dat voorbeeld laat zien dat plaatsnamen niet alleen het uitzicht van het landschap beschrijven, maar soms ook iets vertellen over het gebruik of beheer van het terrein.

Hertaling in doorlopende vorm

In 1232 wordt te Ertvelde de naam de Lancschote vermeld. Deze vermelding is vooral belangrijk als plaatsnaamkundig spoor. Zij toont dat namen op -schoot reeds vroeg in Vlaanderen voorkwamen en deel uitmaakten van een ruimer landschap van veldnamen en plaatsnamen.

In Vlaanderen waren zulke schoot-namen wijd verspreid. Naast bekende dorpsnamen als Noordschote, Zuidschote en Bikschote komen ook talrijke kleinere veldnamen voor, zoals ten Scoete, Boudenscoet, Breedescoet, Langhenscoet, Sceerpscoet, Arnescoet, Harenscoet, Eexcoet en te Waterscote.

Het woord schoot wordt in de naamkunde vaak verklaard als een hoek of uitspringend stuk grond, soms hoger en bebost, soms gelegen in of bij natter terrein. Toch tonen namen als Waterschoot en Paddenschoot dat de betekenis niet altijd beperkt mag worden tot hooggelegen grond.

Het eerste deel van zulke namen geeft dikwijls de nadere betekenis: een persoon, een vorm, een begroeiing, water, een functie of een ligging. Zo kan Lancschote begrepen worden als een oude naam voor een herkenbaar stuk land of een plaats in het landschap.

Betekenis voor de naamgeschiedenis

De vermelding de Lancschote te Ertvelde uit 1232 is geen genealogische akte waarin een familieverband wordt uitgewerkt. Toch is zij van groot belang voor de bredere geschiedenis van de naam Van Landschoot.

Zij toont dat het naamtype waartoe Landschoot, Lanscoet, Lenscoet en Lancschote behoren, reeds in de dertiende eeuw aanwezig was in Vlaanderen. Dat ondersteunt de gedachte dat de latere familienaam voortkomt uit een plaatsnaam of landschappelijke aanduiding.

Samen met latere vermeldingen zoals Godevert van Lenscoet in 1277 en Lanc scoet in 1298 vormt deze vermelding een waardevolle schakel in het vroege naamlandschap waaruit de familienaam Van Landschoot zich kon ontwikkelen.

Bronnen en verwijzingen

Bron:

  • C. Tavernier-Vereecken, Gentse naamkunde van ca. 1000 tot 1253. Een bijdrage tot de kennis van het oudste Middelnederlands, Brussel, 1968.
  • Vermelding: Oost-Vlaanderen, GN441.
  • Raadpleegbaar in de bibliotheek te Brugge.
  • Voor vergelijkbare schoot-namen wordt verwezen naar Gysseling en Verstegen, onder meer in Mededelingen van de Vereniging voor Naamkunde en de Handelingen van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis.