1350–1400 — De familie Van Landschoot in de late 14de eeuw
Bronnen uit Maldegem, Ruddervoorde, Gent en Brugge tonen hoe de naam Van Landschoot en haar varianten in de tweede helft van de veertiende eeuw verder zichtbaar blijven in bestuur, heraldiek, plaatsnamen en poorterschap.
Dossier 1350–1400
In deze periode komt vooral Jan Van Landschoot, ook geschreven als Jan van Lanscoot of Jan van Lancscoot, duidelijk naar voren als schepen van Maldegem. Daarnaast verschijnen vermeldingen van de Landschote in Ruddervoorde, Kerstinene van Lantscoot, Gilles van Lantscot en Jan Van Lanxscoote als poorter uit Maldegem.
Periode 1350–1400
Jan Van Landschoot als schepen van Maldegem
Op 4 mei 1352 wordt Jan van Lantscoet vermeld als schepen van Maldegem. De tekst noemt hem samen met andere schepenen, onder wie Jan filius Diederixs, Jan filius Heynrixs Scapeliins, Jan filius Jans Noyd en Heynric.
Wi Jan van lantscoet, jan filius diederixs, jan filius heynrixs scapeliins, jan filius jans noyd en(de) heynric f [?] scepenen in maldeghem in dien tiden als dese dinghen waren ghedaen doen te wetene allen den ghonen die dese lett(r)en zullen zien iof horen lesen...
De akte betreft een wettelijke gift door Jan van Zegbrouc en Hymzoete, zijn wettige vrouw, aan Geuaerde van Zegbrouc, van een halve gemet marsland in het ambacht van Maldegem en de parochie Adegem, op een plaats genaamd te Veldekiindamme.
Jn kennessen der wareden so hebben wi scepenen voors. dese lett(r)en ghezeghelt huuthanghende met onsen zeghelen. dit was ghedaen in tider ons he(r)en als men screef dusentich driehondert en(de) twee en(de) vichtich vp den vierden dach van pietemaent.
Bron bij KANTL — Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie →
Het zegel en wapen van Jan Van Landschoot
Jan Van Lanscoot, schepen van Maldegem, zou hetzelfde wapenschild hebben als Cornelis Lantschot uit Antwerpen, met enkel verschil in kleur.
De heraldische beschrijving luidt:
De geules, au chef d'argent, chargé de trois merlettes de sable. In keel, een schildhoofd van zilver beladen met drie merlettes in sabel.
Een merlette is een kleine zwarte vogel, vaak voorgesteld zonder bek en poten. De verwijzing is opgenomen volgens de beschrijving uit het Armorial de J.B. Rietstap en zijn aanvullingen.
Volgens deze onderzoeksnotitie wordt deze Jan Van Landschoot verbonden met de Leidse familie Van Lanschot.
Jan Van Landschoot opnieuw als schepen
Op 13 maart 1353 verschijnt Jan van Lancscoot opnieuw als schepen van Maldegem, samen met Roelf de Quinkere, Carstiaen filius Lambrechx filius Boyds, Pieter Ryquaerd en Jan die Smed.
De datum wordt in de bron geformuleerd als: ghedaen int jaer ... dusentich drieondert tuee ende vichtich up den dartiensten dach van ingaende maerte.
Bron: Gilliodts, Inventaire Ecole Bogarde, H, p. 280 en 286–287; nr. 180.
Archive.org — pagina 280, nr. 180 →
Blauwe Nrs — Charter nr. 3165 →
de Landschote in Ruddervoorde
Op 3 december 1360 droeg Oddot Machet, watergraaf van Vlaanderen, in opdracht van de heer graaf van Vlaanderen, aan de abdij Ter Duinen drieënveertig bunders woeste grond over. De graaf schonk deze aan het klooster als aalmoes.
Deze gronden lagen in Ruddervoorde, naast het hof dat Lanschote werd genoemd en dat aan de abdij Ter Duinen toebehoorde, aan de noordzijde van de genoemde plaats. Voor iedere bunder moesten jaarlijks twaalf penningen worden betaald aan de administratie die in de tekst wordt aangeduid als de brevia de Masieria.
Telkens wanneer een abt overleed, moest zijn opvolger eenmalig het dubbele bedrag betalen. Bovendien moest hij vier penningen aan de klerk geven voor het inschrijven van de naam van de nieuwe abt.
Gegeven te Oost-Eeklo, op de hierboven vermelde dag en in hetzelfde jaar.
Deze vermelding sluit aan bij de oudere dertiende-eeuwse plaatsnaamsporen rond Lenschote / Lanschote.
Jan Van Landschoot als schepen
Op 14 juni 1374 wordt Jan van Lanscoot opnieuw vermeld in een schepencontext. De akte noemt onder meer Jan f. Jans Spierinx, Philips f. Daniels Cox, Jan van Lanscoot, Matheeus Brandin, Jan van Zeebrouc en Jan Puederbergh.
Deze vermelding bevestigt dat de naam Jan van Lanscoot gedurende meerdere decennia in Maldegemse bestuurlijke context blijft voorkomen. De drie vermeldingen van Jan van Lanscoot kunnen vermoedelijk betrekking hebben op dezelfde persoon, al moet dat voorzichtig worden geformuleerd.
Kerstinene van Lantscoot, vrouw van Pieter Boys
In 1380 wordt Kerstinene van Lantscoot vermeld als vrouw van Pieter Boys. Deze vermelding toont dat de naam in deze periode ook via vrouwelijke naamdragers in de bronnen verschijnt.
Bron: Dit es tbesouch... en De rekeningen der stad Gent, pagina 257.
DBNL — Dit es tbesouch →
De rekeningen der stad Gent — pagina 257 →
Gilles van Lantscot
Gilles van Lantscot wordt vermeld als geboren rond 1390, mogelijk in Zundert. Deze persoon wordt verder behandeld op de pagina van de vijftiende eeuw.
Jan Van Lanxscoote, poorter uit Maldegem
Op 21 november 1392 wordt Jan Van Lanxscoote, afkomstig uit Maldegem, als poorter ingeschreven.
Bron: Brugse Stadsrekeningen 1392–1393, 216-sr-73, afbeelding 15v.
Belang van deze periode
De late veertiende eeuw toont een sterke voortzetting van de Maldegemse lijn. Vooral Jan Van Landschoot verschijnt herhaaldelijk in schepenakten, terwijl andere vermeldingen de naam verbinden met Ruddervoorde, Gent, Brugge en mogelijk Zundert.
Belangrijkste bronnen en verwijzingen:
- KANTL, Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie, akte van 4 mei 1352.
- Blauwe Nrs — Charter nr. 3165, Jan van Lanschot en zegel.
- Gilliodts, Inventaire Ecole Bogarde, H, p. 280 en 286–287, nr. 180.
- Google Books-fragmenten rond Lanschote / Ruddervoorde, pagina 130 en 131.
- KANTL, akte van 14 juni 1374.
- DBNL, Dit es tbesouch....
- De rekeningen der stad Gent, pagina 257.
- Brugse Stadsrekeningen 1392–1393, 216-sr-73, afbeelding 15v.
English
Español
Français