Deze pagina brengt een reeks verspreide vermeldingen samen van leden van de familie Van Landschoot in Middelburg, Goes en andere plaatsen in Zeeland tussen ongeveer vijftienhonderd tachtig en zeventienhonderd eenenzestig. Een belangrijk deel van deze personen blijkt afkomstig uit Adegem, al verschijnt die plaats in de bronnen vaak onder vormen als Aighem, Aeyghem of Ayegem. Voor wie het dialect van het Meetjesland kent, is dat niet verwonderlijk: de d van Adegem wordt lokaal niet uitgesproken. Daardoor is het weinig waarschijnlijk dat hier naar Aaigem bij Aalst verwezen wordt, temeer daar in die streek geen Van Landschoots bekend zijn.
Adegemse Van Landschoots in Middelburg
De vroegste vermeldingen wijzen op een duidelijke migratiebeweging vanuit het Meetjesland naar Zeeland in de woelige decennia rond het einde van de zestiende eeuw. Zo verhuisde Philippus van Landtschoot in 1585 huisraad en een bed van Goes naar Middelburg. In 1587 huwde Passchier van Langschote uit Moerkerke met Passchintken Swane uit Ayegem, dus Adegem. In 1590 trouwde Vincentine van Lantschoot, weduwe uit Sint-Laureins, in Middelburg met Jan de Huysheere, weduwnaar uit Maldegem. Dat huwelijk past mooi binnen de bredere verwantschappen tussen de families Huysheere en Van Landschoot.
Ook andere huwelijken bevestigen die Adegemse oorsprong. Aernoudyne van Lanschoot, omschreven als jonge dochter uit Aighem, huwde in 1596 met Colaert de Lanoy uit Oudenburg. Na diens overlijden hertrouwde zij in 1605 als weduwe van Coolaert de Lanoij met Joos Loosens, weduwnaar uit Gent. Hans van Lansschoot, jong gezel van Ayegem, huwde in 1597 met Philippote de Preut uit Gent. Laurijntjen van Lanschot(e), eveneens uit Aighem, huwde in 1598 met Cornelis Peters uit Cruyslandt bij Steenbergen. Verder huwde Jan van Lanschot(e), weduwnaar uit Aeyghem, in 1610 met Pieternelleken Heyndricks uit Antwerpen, en trad Jan van Lantschot in 1621 opnieuw in het huwelijk met Lydia Davids, weduwe van Hans Porret uit Zomergem.
Familievestigingen en Middelburgse vermeldingen
Naast deze eerste migranten ontstond ook een meer lokaal verankerde familiekring in Middelburg zelf. Franchoys van Lanschot, jong gezel uit Aighem, huwde in 1610 met Jaquemijnken Hendricx uit Zierikzee en werd in 1625 in Middelburg begraven. Jan Janszn van Lanschoot, jong gezel uit Middelburg, huwde in 1619 met Dighentken Joos, eveneens uit Middelburg. In 1625 huwde Cornelis Janszn van Lantschot, weduwnaar uit Middelburg, met Lijsbeth Pieters, en in 1626 huwde Barbel Jansdr van Lanschot met Krijn Pieters uit Arnemuiden.
Een bijzondere vermelding is die van Joanna Cornelisdr Lantschot uit Veere, die op 24 juli 1612 in Veere huwde met Mr. Joannes van E., dienaar des Goddelijken Woords. Deze notitie, bewaard in De Navorscher, toont aan dat de familienaam zich in het begin van de zeventiende eeuw reeds over meerdere Zeeuwse steden verspreid had.
De tak Zundert in Middelburg
Naast de Adegemse groep duikt in Middelburg ook een andere tak op, die vermoedelijk tot Tak Zundert behoort. Hoewel de precieze aansluiting nog niet volledig uitgewerkt is, valt op dat hun wapenschild identiek is aan dat van de Zundertse familie: het schild met de drie groene boompjes. Volgens de latere ontwikkeling trokken nazaten van deze lijn in het begin van de achttiende eeuw naar Batavia in Nederlands-Indië, waar de tak uiteindelijk tegen 1820 uitstierf.
Tot deze groep behoort Hendrik van Lantschot, landmeter, overleden op 5 augustus 1661, die in 1647 te Middelburg huwde met Janneke Contreel’s Van Belle. Hun kinderen waren Joannes, geboren in 1651, Joanna, geboren in 1654, en Hendrick, geboren op 14 mei 1656, die in 1688 huwde met Beatrix de Schmidt. Ook Philips van Lantschot, broer van Hendrik, huwde in 1649 met Pierijntje Coutrels. Verder zijn er vermeldingen van Nicolaes van Lantschot, geboren omstreeks 1660, van wie een meerderjarigheidsverklaring uit 1680 bewaard bleef, en van zijn kinderen en nazaten, onder wie Willem van Lantschot en Beatrix van Landschot. Deze gegevens tonen een familie die in Middelburg maatschappelijk goed ingebed was en zich over meerdere generaties handhaafde.
De Goese tak
Een derde groep is die uit Goes. De spilfiguur is Michiel van Landschoot, die op 1 november 1581 in Middelburg een aanvraag indiende om notaris te worden. Hij geldt als de voorouder van de Goese tak. In de zeventiende en achttiende eeuw duiken in deze familie meerdere notarissen, landmeters, schoolmeesters, dijkgraven en deurwaarders op. Dat wijst op een opmerkelijke sociale stijging en op een stevige verankering binnen het Zeeuwse bestuurs- en rechtsleven.
In deze kring vinden we onder meer Wilhelmus Janse van Lantschot, schoolmeester en kerkdienaar te Hoedekenskerke, overleden in 1661; Johannes van Lantschot, notaris te Goes; Guilliaem van Lantschot, landmeter over Zeeland; Johannis van Lantschot, voorzanger te Grijpskerke; Boudewijn Landschot, notaris en later deurwaarder; en Jacobus Lantschot, deurwaarder te Axel. Verder was Johannis Lantschot dijkgraaf over verschillende ambachten van de Goese Polder. Deze functies maken duidelijk dat de familie in Zeeland niet alleen aanwezig was, maar er ook aanzien en bestuurlijke invloed verwierf.
Chronologisch overzicht
- 1581 — Michiel van Landschoot vraagt in Middelburg toelating om notaris te worden.
- 1585 — Philippus van Landtschoot verhuist huisraad van Goes naar Middelburg.
- 1587 — Passchier van Langschote uit Moerkerke huwt in Middelburg met Passchintken Swane uit Ayegem.
- 1590 — Vincentine van Lantschoot uit Sint-Laureins huwt in Middelburg met Jan de Huysheere uit Maldegem.
- 1596–1621 — Verschillende huwelijken van personen uit Aighem/Aeyghem bevestigen de migratie vanuit Adegem.
- 1647–1746 — Meerdere vermeldingen van de vermoedelijke tak Zundert in Middelburg, met landmeters en meerderjarigheidsverklaringen.
- 1663–1723 — De Goese tak levert notarissen, landmeters, deurwaarders en bestuurders in Zeeland.
- 1761 — Jan Landschot verkoopt een huis aan de Herengracht te Middelburg.
Samenvatting
De bronnen uit Zeeland tonen drie nauw verwante, maar niet altijd eenvoudig te onderscheiden groepen Van Landschoots: een duidelijke migratiestroom uit Adegem naar Middelburg in de late zestiende en vroege zeventiende eeuw, een vermoedelijke zijtak uit Zundert met hetzelfde wapenschild, en een meer gevestigde Goese tak die in de zeventiende en achttiende eeuw opklom tot functies als notaris, landmeter, dijkgraaf en deurwaarder. Samen vormen zij een belangrijk hoofdstuk in de verspreiding van de familie buiten het Meetjesland.
Bronnen onder meer uit het Zeeuws Archief, de Archieven van de Staten van Zeeland, FamilySearch, De Navorscher en diverse notariële en kerkelijke registers. Oorspronkelijke notities samengebracht en bewerkt door Hans Van Landschoot.