Rosalie Van Landschoot in 1888 naar Minas Gerais in Brazilië

*UIT EEN ARTIKEL UIT "Appeltjes uit het Meetjesland", pagina 25-28 jaarboek van 1977 is het volgende te lezen.

Minas Gerais is de streek van de Braziliaanse Hooglanden, met Rio de Janeiro als hoofdstad. De reis duurde ongeveer één maand. Stel u de levensomstandigheden voor met al die kinderen aan boord. Het moet een hel geweest zijn. *"Armoede, Brazilië en Dood"

Reeds lang wisten wij dat Petrus Lauwagie In april 1889 overleden is in Rio de Janeiro, de toenmalige hoofdstad van Brazilië. Petrus was in 1852 geboren in Watervliet en was in 1875 gehuwd met Rosalie Van Landschoot uit Oostwinkel. Het koppel heeft zeven kinderen gehad, waarvan er drie als peuter gestorven zijn in het Meetjesland."Wat Deed Petrus Lauwagie Daar In Dat Verre Rio De Janeiro" ? Onderzoeken bij de gemeentebesturen van Maldegem en van Eeklo, een dat onze vraag doorverwees naar de "Vrienden Van Het Archief Van Eeklo", bracht de oplossing. Aldus vernamen wij dat de oudste dochter, Mathilde, dertien jaar oud, ook in Rio de Janeiro overleden was, ook in 1889. Petrus was dus met zijn gezin in het avontuur gestapt!

Wij wisten reeds dat de Belgische regering en koning Leopold 2, bekommerd om de nijpende armoede in het land, het initiatief hadden genomen om uitwijking aan te moedigen. Of dit op de gewenste wijze is gebeurd, zal uit ons verhaal blijken. Wanneer wij vandaag denken aan het uitwijken van Belgen, denken wij meestal enkel aan de Verenigde Staten en Canada. Het verbaasde ons dan ook te lezen dat, in het jaar 1888, 10 435 Belgen uitwijken naar Frankrijk, 1376 naar Noord-Amerika en 4001 naar Zuid-Amerika. Wat zat daar achter? De "Vrienden van het archief van Eeklo" hadden ons aangeraden de geschriften van E. De Smet te raadplegen in het van heemkundig tijdschrift "Appeltjes van het Meetjesland" en zijn bijdrage over "Het Gillebeertsbeluik in Eeklo". Prachtige en correct werk! Dank aan de schrijver!

Petrus Lauwagie was inderdaad naar Brazilië getrokken met zijn gezin, met uitzondering van een dochter, Marie Louise, die wel geboekt werd, maar niet in verscheept is. Zijn dus ingscheept: Petrus Lauwagie, zijn vrouw Rosalie Van Landschoot, hun kinderen Mathilde, Stephanie en Charles Louis. Het feit dat het gezin in het Gillebeertsbeluik van Eeklo heeft gewoond, bewijst ons dat het in armoede leven, zoals een groot deel van de bevolking in dat arme Vlaanderen van toen. Het beluik was omstreeks 1865 gebouwd en bestond uit 32 werkmanshuisjes rond een binnenkoertje. De bouwstijl was rudementair, met onogelijk kleine leefruimten. De sekreetputten waren op het plan voorzien, maar ze zijn er niet gekomen. Vanaf 1866 begon het beluik al te verloederen. Uit de on geplaveide koer steeg en verpestende atmosfeer op. Het geheel was een verzamelplaats voor de laagste sociale klasse en marginalen. Besmettelijke ziekten tieren er welig. In 1881 werkt dat krot gedoe verkocht. De eerste bewoners waren textielarbeiders geweest, hun vrouwen waren spinsters, Hier en daar huisde een werkman, een klompenmaker en een kantwerkster. Kortom, allemaal mensen die uit niet breed hadden, arm volk. Petrus Lauwagie, land werkman van beroep, Rosalie Van Landschoot en hun kinderen hebben hun geboortegrond en vrienden verlaten om een beter bestaan te vinden.

De eerste koning der Belgen, Leopold 1, regeerde van 1831 tot 1865. Hij werd opgevolgd door Leopold 2 (1865-1909). Onze eerste koning heeft het met de economie van het land niet gemakkelijk gehad. De toestand was verre van bevredigend, armoede was troef en de sociale moeilijkheden stapelden zich op. Om aan de bedelstaf te ontsnappen emigreren duizenden Belgen naar Frankrijk. Immigratie was volgens de koning en de regering de enige oplossing voor 's lands armoede. Leopold twee was eveneens van die mening. Hij is zelfs verder gegaan door zijn oog te laten vallen op Afrika, ook op Congo, dat hem tevens persoonlijk geen windeieren gelegd heeft. Hij bleef tegelijk gewonnen voor immigratie van Belgen naar andere landen en werelddelen. Zoals naar zijn/onzen bloedeigen kolonie! Als knapen zongen mijn vrienden en ik, op de prijsuitdelingen, nog uit volle borst: "de tijd spoed heen en baakend reeds de baan, waar de nieuwe tijden onze wenken!" De regering was reeds onder Leopold 1 gewonnen voor vestigingen in Guatemala. Het werd een klinkende flop!

Pogingen in Pennsylvania en Kansas vielen ook tegen. Makelaars in uitwijking, in dienst van Zuid-Amerikaanse bazen, hebben dan de goedgelovigheid van berooide en naïeve burgers wetens en willens schaamteloos uitgebuit. In 1887 is de reclamecampagne voor de Zuid-Amerika in het Vlaamse land pas goed begonnen. De mooiprater 's slaagden er in onze mensen enthousiast te maken. Zij konden niet vlug genoeg naar het beloofde land varen! De beloofde lonen lagen stukken hoger dan hier: een landarbeider zou 60 tot 80 goud franken per maand verdienen, met daarbij kosten en inwoon, bakkers 100 tot 250,-fr. Een der mooi prater 's, een zekere mijn heer Bernier, slaagde erin 65 Eeklonaren naar Minas Gerais mee te lokken. Nu moet u weten dat Minas gerais, de mijnstreek, in het hete en vochtige binnenland van Brazilië ligt. Daar werden mijnen uitgebaat van goud, zilver, tin, koper en diamant. Het klimaat was er tropisch en ongezond. Er was ook landbouw.: rijst, katoenen, koffie, tabak, suikerriet, en bosbouw; + kalk en graniet groeven. Vergeleken met Minas Gerais was Vlaanderen en gezondheidsparadijs! Petrus Lauwagie en zijn gezin waren bestemd voor Minas Gerais.

Vanuit Minas Gerais geeft de Eeklonaar Petrus de Vuistere ooit naar huis geschreven dat hij en zijn lotgenoten inderdaad 70,-fr per maand verdienden plus kost en in woon. Maar ook de T.G.V. ongedierte en venijnige beesten hun benen zo gezwollen waren als hun lijf dik was. Samen met zijn werkmakkers is hij dan op de dool gegaan, op zoek naar betere omstandigheden. Na zes weken zijn ze terug naar Minas Gerais gesukkeld en van daar naar Sao Paulo. Uiteindelijk is hij in een haven gaan werken voor 1,-fr per dag. De Vuyssere schreef verder: "Beminde ouders verlos mij uit Brazilië en zend mij toch 250 tot 300,-fr op, op dat ik naar Eeklo zou kunnen terugkeren." Een schrijnend verhaal van Pieter Roegist (N°108)uit de Boterhoek. "Beminde ouders, ik kom u vriendelijk te vragen of gij den brief niet ontvangen hebt dien wij u geschreven hebben en in welken wij U zegden dat onze vier kinderen overleden zijn. Als gij den zelve niet ontvangen hebt, schrijf mij zo speodig mogelijk terug, maar maakt geen verdriet in onze kinderen, zij zijn schoon begraven. Zeer beminde ouders wij hopen elkander nog terug te zien want in Brazilie is het niet goed; wij kunnen het hier niet uithouden en er is niets anders te eten dan rijst en boonen. Er groeit niets in Brazilie van groensels en wij zouden beter in Belgie met droogen brood leven.

Wij zijn hier alzo met drie huisgezinnen en wij hebben hooren zeggen dat wij wederom voor niet naar Belgie zouden kunnen terug gebracht worden. Vraag aan Meneer Berte of hij daar meer van weet. Wij zouden hem daarvoor duizendmaal bedanken. "
De drie families zijn:
+ Pieter Roegiest met 2 kinderen van welke er reeds 4 zijn overleden en Petrus en Karel nog in leven.
+ August Driessens met 1 kind en 3 overleden.
+ Petrus Lauwagie met Rosalie Van Landschoot met 3 kinderen en nu één ziekelijk. (Het zal later blijken dat dit kind er overleden was.)

Beminde ouders, hier in dezen brief zit de gedenkenis van uwen Pieter Joannes Roegist. Van mijne 4 kinderen zijn er twee in eenen graf begraven. Onze kinderen zijn met de kousen en schoenen alsook met zijde klederen aan begraeven en met ééne kroon op het hoofd. Maar.......dat wij maar geld hadden om weder te keeren ? (49) uit de Eeclonaer van 24 maart 1889. Er zijn ook andere klokken geweest, zo als in een brief van Florent Regelbrugge Adegem, die de slechte toestand in Minas Gerais betwiste en schrijft:... Als het er zijn die niet willen meewerken en die... Als zij 5,-fr winnen er voor zes dorst hebben..... Zulks leidt tot armoede, maar ook in België, en verder "men heeft hier bijzonder geern de Vlamingen omdat het doorgaans goede werkers zijn" . Regelbrugge, die blijkbaar zijn eigen ideeën had deed hij vlot kon neer pennen, wijd het mislukken der immigratie vooral aan het feit "dat de uitgewekene de grootste deele socialisten van Brussel, Charleroi en Luik waren, die hier evenals in België niet wilden werken en het werkvolk tegen de hun meesters zochten op te hitsen"? feit was dat, minder dan twee jaar na hun vertrek, 55% van de Eeklonaren terug in hun vaderland waren. En toch ging de emigratie door, hoewel vanwege Europese regeringen verzet kwamen tegen de schunse ronselpraktijken, waarin de Braziliaanse overheid, de scheepvaartmaatschappijen en de tussenpersonen een handje hadden. Nadat 25 000 Belgen naar Argentinië waren uitgeweken, moest het aanwervingskantoor in 1889 zijn deuren sluiten bij gebrek aan kandidaten. Petrus Lauwagie en zijn oudste dochter Mathilde zijn beiden in Rio de Janeiro gestorven, zo hadden wij het gelezen. Het gezin blijkt dus Minas Gerais verlaten te hebben. Zou Petrus, zoals zijn collega De Vuyssere, ook in een haven gaan werken. In de Rio de Janeiro? Zijn ze aan een ziekte gestorven? Aan dezelfde kwaal? Wij wisten het niet. Wat wij wel weten, is dat Rosalie van Landschoot met haar de resterende kinderen naar het Meetjesland is teruggekeerd. We moesten dus verder zoeken. Wij hadden genoeg gegevens om met kennis van zaken de huidige afstammelingen van Petrus en Rosalie aan te spreken.

Eens te meer hebben wij ondervonden dat het praten met afstammelingen aan de familie vorsers veel kan leren. Wij hebben nakomelingen aangesproken van Charles Louis Lauwagie, de jongste telg van het landverhuizers gezin. Hij was in 1887 geboren in Adegem en is in 1960 in Zomergem overleden. Hij had veel over het Braziliaans drama vertelt, want een drama is het echt geweest. Zijn oudste zuster Mathilde, geboren in Kaprijke in 1875, werd in wat hij noemde "de brousse" gepakt, ontvoerd door inheemse bandieten. Omdat zij blank was, schoon en pas veertien jaar. Nooit werd er van haar nog iets gehoord. Charles Louis twijfelde er niet aan dat zij misbruikt is geworden en dan afgemaakt. In de brousse was een mensenleven van geen tel. Het officiële overlijden in Rio de Janeiro in 1889 zal wel een administratieve kunstgreep geweest zijn. Het gezin is "uit pure schrik" uit Brazilië weg gevlucht en naar België teruggekeerd, samen met vader, Petrus.

Maar, Petrus Lauwagie is kort daarop alleen teruggegaan naar Brazilië! Er wordt gezegd dat hij zijn gezin hier eenvoudigweg in de steek gelaten heeft. Wij durven veronderstellen dat hij, nu beter bekend met Brazilië, is teruggegaan om er geld te verdienen en op te sturen. De familie heeft van Petrus nooit meer iets gehoord. Dat is niet verwonderlijk, aangezien er een officiële overlijden gemeld is in Rio de Janeiro, reeds in april 1889. Zou een of andere ambtenaren dan ook maar het overlijden van de dochter in Rio de Janeiro overgeschreven hebben in 1889? Hoe Petrus Lauwagie aan zijn eind is gekomen, zullen we nooit geweten. Rosalie Van Landschoot geeft een tweede huwelijk aangaan met Jacobus de Martelare.

Met dank aan E. De Smet, stadsarchivaris van Eeklo, bij wie we in de leen gegaan zijn, zowel in "Appeltjes van het Meetjesland" als in zijn schets van het Gillebeertsbeluik in het vriendenboek van Luk Stockman. Dank aan Hans van Landschoot en Danny Everaert voor hun hulp bij het opzoeken en aan de vriendelijke en familieleden. Getekend, Georges Lauwagie TOP