Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Anna Landtsocht

Weesstaat en moederlijke successie van Anna Landtsocht, dochter van Jan Landtsocht fs Christiaens en jonkvrouw Anna Adornes — 1615.

📍 Oostkamp / Beernem / Moerbrugge 📜 Weesstaat & sterfhuis 🗓️ 17 en 24 maart 1615 👪 Landtsocht × Adornes ⚖️ Uit voogdij en erfdeel

Deze akte is een belangrijke schakel in de reconstructie van de familie Landtsocht / Landsoght te Oostkamp. Zij behandelt het erfdeel van Anna Landtsocht, dochter van Jan Landtsocht, zoon van Christiaen, en van jonkvrouw Anna Adornes.

De tekst werd opgesteld in het kader van de voogdij over de onbejaarde kinderen. De voogden Jan de Ridder en Cornelis Tatse brachten de goederen op het papier van de wezen, in het bijzonder ten voordele van Anna. De andere kinderen waren volgens een eerdere akte van 5 maart 1613 reeds uit de voogdij gedaan.

Kern van de akte
Anna Landtsocht kreeg haar aandeel in de moederlijke nalatenschap afzonderlijk ingebracht, omdat haar broers en zusters reeds eerder uit de voogdij waren gedaan. De akte vermeldt dat zij recht had op het vijfde deel in de helft van een omvangrijk patrimonium van landen, hofsteden, meersen, bossen en renten.

De aanhef van de akte

De akte begint met de verschijning van de voogden:

Hertaalde aanhef
Jan de Ridder en Cornelis Tatse, als voogden van Anthoine, Petronelle, Isabau en Anna, de onbejaarde kinderen van Jan Landtsocht, zoon van Christiaen, verwekt bij jonkvrouw Anna Adornes, zijn huisvrouw, verschenen voor de oppervoogden na voorafgaande vergadering.

De lezing “onbejaerde kinderen” is hier essentieel. Het gaat niet om overleden kinderen, maar om kinderen die op het ogenblik van de voogdijregeling nog niet volledig zelfstandig konden optreden. De akte handelt dus over hun rechten als wezen uit het sterfhuis van hun moeder.

Familieschema uit deze akte

Christiaen Van Landschoot / Landsoght

  • Jan Landtsocht fs Christiaens
    gehuwd met jonkvrouw Anna Adornes / Adournes
  • Christiaen Lantsoght
    genoemd als oom van de wezen
  • Petronelle Landtsocht / Landsoght
    zuster van Jan, gehuwd met Gooris de Rammelare

De kinderen van Jan Landtsocht en Anna Adornes

Kind Vermelding of positie Betekenis
Charles Landsoght Niet genoemd in de aanhef van de onbejaarde kinderen Vermoedelijk ouder en dus mogelijk reeds buiten de voogdij. Zijn ontbreken sluit hem niet uit, maar kan net wijzen op een andere juridische status.
Anthoine Landtsocht Genoemd als onbejaard kind Kind van Jan Landtsocht en Anna Adornes.
Petronelle Landtsocht Genoemd als onbejaard kind Kind van Jan Landtsocht en Anna Adornes.
Isabau / Isabeau Landtsocht Genoemd als onbejaard kind Kind van Jan Landtsocht en Anna Adornes.
Anna Landtsocht Genoemd als onbejaard kind; haar aandeel wordt afzonderlijk ingebracht Waarschijnlijk de jongste of degene die in 1615 nog onder voogdij bleef.

De tekst spreekt over Anna’s aandeel als “het vijfde deel” en zegt dat de andere vier delen toekomen aan haar broeders ende zusters. Dit wijst erop dat de nalatenschap in deze goederen onder vijf kinderen werd verdeeld. Omdat in de aanhef slechts vier onbejaarde kinderen worden genoemd, past Charles Landsoght goed als vermoedelijk ouder kind buiten deze voogdijformule.

Wat betekent “hun zelfve zijnde”?

Een belangrijke zinsnede in de akte is dat de andere vier delen toekomen aan Anna’s broeders ende zusters, hun zelfve zijnde. Daarmee wordt bedoeld dat deze broers en zusters voor hun eigen deel konden optreden. Zij werden dus niet langer op dezelfde manier door voogden vertegenwoordigd.

Dit sluit aan bij de voorafgaande vermelding dat hun delen reeds bij akte van 5 maart 1613 door het college van schepenen uit de voogdij waren gedaan. Het hoeft niet altijd letterlijk te betekenen dat zij volgens onze moderne betekenis “meerderjarig verklaard” waren, maar wel dat zij juridisch zelfstandig genoeg werden behandeld om hun aandeel zelf te bezitten of te beheren.

Betekenis van de verdeling
Anna kreeg één vijfde deel in de moederlijke helft. De andere vier vijfde delen kwamen toe aan haar broers en zusters, die zelf konden optreden. De wederhelft bleef gemeenschappelijk en onverdeeld aan hun vader Jan Landtsocht.

De goederen in de moederlijke successie

De akte bevat een zeer omvangrijke opsomming van goederen. Het gaat om hofsteden, landen, meersen, bossen, hakhout, cijnsrenten en achterstallige inkomsten. De goederen lagen verspreid over verschillende heerlijkheden en parochies in de omgeving van Oostkamp, Beernem en Brugge.

Plaats of heerlijkheid Goederen of rechten Opmerking
Oostkamp Hofsteden, landen, bossen, hakhout en meersen Het zwaartepunt van het patrimonium ligt duidelijk in Oostkamp en omgeving.
Moerbrugge Goederen bij de Moerbrugge en de Oudenaardschen heerweg Meerdere partijen worden nauwkeurig beschreven ten oosten en westen van de Moerbrugge.
Beernem Goederen in de heerlijkheid van de Waelschen Onder meer meersen achter de pastorie van Beernem en de Seles-meers.
Erckeghem Landen en meersen Hier komt ook een gemeenschappelijk bezit met Christiaen Lantsoght voor.
Nieuwenhove Hofsteden, meersen en renten De heer van Nieuwenhove wordt ook als renteplichtige vermeld.
Wilckenbrouck / Wulckenbrouck Meersen en kleinere partijen land Verschillende aankopen van onder meer Pieter Roose en Pieter Roots.
Wingene Bos Twee vijfde delen van bos worden vermeld, samen met Christiaen Lantsoght en Maijken de Rammelare.
Kortemark Rente op een hofstede met land en bos Een verder gelegen vermogensbestanddeel binnen het sterfhuis.

Gooris de Rammelare en zijn dochter Maria

De naam Gooris de Rammelare en vooral zijn dochter komen herhaaldelijk in de akte voor. Dit is genealogisch belangrijk. Gooris was gehuwd met een zuster van Jan Landtsocht. Zijn dochter, hier ook als Maijken vermeld, kan worden geïdentificeerd met Maria de Rammelare.

De goederen die samen met de dochter van Gooris de Rammelare worden vermeld, wijzen op een oudere familiale verdeling binnen de ruimere verwantschap Landtsocht. Zij bevestigen dat de nalatenschap niet los staat van een bredere familiekring, maar voortkomt uit eerdere erfenissen en verdelingen.

Christiaen Lantsoght, oom van de wezen

De akte noemt ook Christiaen Lantsoght als oom van de wezen. Dit is een sterke aanwijzing dat hij een broer was van Jan Landtsocht fs Christiaens. Hij komt voor bij gemeenschappelijke of verdeelde goederen, onder meer in meersen en bossen.

Deze vermelding helpt om de kinderen van Christiaen Van Landschoot / Landsoght beter te ordenen: Jan Landtsocht, Christiaen Lantsoght en de zuster die huwde met Gooris de Rammelare horen vermoedelijk tot dezelfde generatie.

De band met de familie Adornes

Naast de naam van jonkvrouw Anna Adornes bevat de akte ook een afzonderlijke verwijzing naar een rente die aan het sterfhuis toebehoorde door een donatie van meester Pieter Adornes. Dat maakt de akte extra waardevol voor het onderzoek naar de band tussen de families Adornes en Landtsocht / Landsoght.

Het gaat dus niet enkel om een naamvermelding in een huwelijk, maar ook om concreet vermogen dat via de Adornes-context in het sterfhuis werd opgenomen.

Renten en achterstallen

Naast onroerende goederen bevatte het sterfhuis ook verschillende renten. Sommige waren gevestigd op gronden of hofsteden, andere op goederen in het kwartier van Brugge of op de ontvangst van Oostkamp. Een aantal inkomsten was achterstallig, onder meer sinds 1599.

Rente of inkomen Bedrag Last of oorsprong
Cijnsrente 12 pond per jaar Ten laste van de heer van Nieuwenhove, tegen de penning 16.
Cijnsrente 2 pond 13 schellingen 3 groten per jaar Eveneens ten laste van de heer van Nieuwenhove.
Cijnsrente 3 pond groten per jaar Ten laste zoals hierboven, volgens de rentebrieven.
Cijnsrente 2 pond groten per jaar Verband met land in Oostkamp, bij goederen van Pauwels de Clercq; vermeld met donatie door meester Pieter Adornes.
Cijnsrente 10 schellingen groten per jaar Bezet op een vervallen hofstede met acht gemeten land bij Oostkamp, toebehorend aan Jacques Schaelberghe.
Cijnsrente 21 schellingen groten per jaar Op de Lieve in het kwartier van Brugge, met achterstallen sinds 1599.
Rente 2 pond groten per jaar Op de dis in het kwartier van Brugge, eveneens achterstallig.
Rente 25 schellingen 9 groten per jaar Verdeeld over zes afzonderlijke partijen op de Lieve in het kwartier van Brugge.
Rente 2 pond 10 schellingen groten per jaar Op een hofstede met land en bos in Kortemark, heerlijkheid Pierboom.
Rente 9 schellingen groten per jaar Op de ontvangst van Oostkamp.

Het aandeel van Anna

Op het einde van de akte wordt het aandeel van Anna in de vereffende baten van het sterfhuis samengevat. Haar deel bedroeg:

Aandeel van Anna
384 pond 9 schellingen groten

Dit bedrag bleef onder de wezen onder titel van successie. De voogden bleven daarvoor verantwoordelijk tegenover Anna. De akte vermeldt ook dat er nog jaarlijkse lasten waren en dat het sterfhuis betrokken was in verschillende processen voor de vierschaar van de stad Brugge, zowel als eiser als verweerder.

Waarom deze akte belangrijk is

Deze akte bewijst niet alleen dat Anna Landtsocht een dochter was van Jan Landtsocht fs Christiaens en jonkvrouw Anna Adornes. Zij maakt ook duidelijk dat de nalatenschap in vijf delen werd berekend.

Daardoor wordt het waarschijnlijk dat er naast de vier in de aanhef genoemde onbejaarde kinderen nog een ouder kind bestond. In de huidige stand van het onderzoek past Charles Landsoght, gehuwd met Magdalena de Clerck, daar het best. Hij kan de oudste zoon geweest zijn en daarom niet meer onder de voogdijformule van deze akte vallen.

Voorlopige conclusie
De akte van 1615 bevestigt de kernfamilie van Jan Landtsocht en Anna Adornes. Zij noemt Anthoine, Petronelle, Isabau en Anna als onbejaarde kinderen, maar de verdeling in vijf delen laat ruimte voor een ouder kind. Charles Landsoght blijft daarom zeer waarschijnlijk als oudste zoon binnen dit gezin te plaatsen, zolang geen andere akte het tegendeel bewijst.

Bron en situering

Bron: Wees- en sterfhuisakte, 17 maart 1615, overgesteld 24 maart 1615. SAB Weesregister O-L-VR boek 11 . Betreft het erfdeel van Anna Landtsocht, dochter van Jan Landtsocht fs Christiaens en jonkvrouw Anna Adornes.

Onderwerp: moederlijke successie, voogdij, uit voogdij gedane broers en zusters, goederen in Oostkamp, Beernem, Erckeghem, Nieuwenhove, Wilckenbrouck, Wingene en omgeving.