De zuiverende rekening
Achterstallen, lasten, begrafeniskosten en het batig slot van het sterfhuis.
Na de eerste vaststelling van de goederen volgde de boekhoudkundige zuivering van het sterfhuis. Daarbij werden nog achterstallige renten, pachten, huishuren, inschulden, herstellingen, begrafeniskosten en andere lasten in rekening gebracht.
Een bijkomend onderdeel betrof de erfenis van Petronelle Landsocht, de moei van moederszijde. Daarin waren enkele kinderen van Cornelis Vander Plancke en Isabeau Lantsoght opnieuw gerechtigd, samen met andere erfgenamen uit de familie Landsocht.
Wat werd nog verrekend?
| Baten | Lasten |
|---|---|
| Achterstallige renten | Achterstallige grondrenten |
| Pachten van landen | Pacht die de overledene zelf nog verschuldigd was |
| Huishuren | Herstellingen aan huizen en hofsteden |
| Batige inschulden | Zerksteen, begrafeniskosten en jaargetijde |
De rekening werd begonnen door Joanna Huwyn op vijf februari zestienhonderd zevenenveertig en beëindigd op veertien februari van hetzelfde jaar. Daarna werd het slot vastgesteld.
Het batige slot van deze rekening bedroeg 2.183 pond 15 schellingen 9 groten 12 mijten, waarvan de helft aan de erfgenamen toekwam. Na aftrek van enkele legaten bleef voor de erfgenamen 1.059 pond 17 schellingen 7 groten 8 mijten.
Genealogisch belang
De vermelding van Petronelle Landsocht als moei van moederszijde is genealogisch sterk. Zij verbindt deze akte met een bredere Landsocht-familiekring, waarin ook Charles Landsocht, Anthonis Landsocht en andere erfgenamen voorkomen.
De akte bevestigt dus niet alleen de financiële afwikkeling van het sterfhuis, maar ook de verwantschappen tussen de families Vander Plancke en Landsocht.
Bron:SAB Wees- en boedelakte Sint-Donaas_11_013 en volgende

English
Español
Français