Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Reine Lantsucht

Een kind in het vondelingendraaiwiel van Brussel — 17 mei 1822.

📍 Brussel 📜 Geboorteakte 🗓️ 17 mei 1822 🕕 Gevonden om 6 uur ’s morgens 👶 Vondeling 🖼️ Aquarel 📖 Akte-uittreksel
Aquarel over Reine Lantsucht, vondeling te Brussel op 17 mei 1822
Reine Lantsucht — vondeling te Brussel, 17 mei 1822.

Soms vertelt een akte meer door wat zij verzwijgt dan door wat zij nauwkeurig noteert. De geboorteakte van Reine Lantsucht uit 1822 is zo’n document: zakelijk opgesteld volgens de wet, maar tussen de regels klinkt het stille drama van een moeder die haar pasgeboren kind moest afstaan.

Op 17 mei 1822, vroeg in de ochtend, werd in Brussel een pasgeboren meisje aangetroffen in het tour de l’hôpital des enfants trouvés: het draaivenster of vondelingendraaiwiel van het hospitaal voor vondelingen. Het was omstreeks zes uur ’s morgens.

Het kind was nauwelijks een uur eerder geboren. Op het briefje dat bij haar werd gevonden, stond dat zij te Brussel geboren was op 17 mei 1822 om vijf uur in de morgen. Daarna moet iemand — bijna zeker haar moeder — haar hebben ingebakerd, naar het vondelingenhuis hebben gebracht en in het draaiwiel hebben gelegd.

Het meisje was niet zomaar naamloos achtergelaten. Bij haar lag een klein briefje, geschreven in het Nederlands. Daarop stond haar naam: Reine Lantsucht. Er stond ook bij dat zij nog niet gedoopt was, met het verzoek om haar alsnog te laten dopen.

Die paar woorden maken de akte bijzonder aangrijpend. De moeder liet haar kind achter, maar niet zonder spoor. Zij gaf haar een naam, een geboortedag, een geboorteuur en een laatste moederlijk verzoek. In dat briefje bleef zij, hoe stil ook, aanwezig.

De moeder: Reine Lantsucht uit Hazebrouck

De moeder droeg dezelfde naam: Reine Lantsucht. Zij was afkomstig uit Hazebrouck, in het Franse département du Nord, het oude Frans-Vlaamse grensgebied waar vele Vlaamse familienamen bleven voortleven.

Zij was nooit gehuwd. Dat gegeven is belangrijk om het drama van deze akte te begrijpen. Een ongehuwde moeder stond in het begin van de 19e eeuw vaak alleen. Armoede, schaamte, gebrek aan steun, verlies van werk of sociale druk konden ertoe leiden dat een vrouw geen andere uitweg meer zag dan haar kind af te staan.

Reine was bovendien mogelijk niet voor het eerst moeder. In 1815 was zij al bevallen van een zoontje, Jan Baptist. Toen werd haar naam wel in de akte vermeld en werd het kind niet als vondeling aangegeven. Van dit jongetje werd later echter niets meer teruggevonden. Mogelijk is hij jong overleden, al blijft dat voorlopig onzeker.

Zeven jaar later was de situatie blijkbaar anders. Waarom zij haar dochtertje in Brussel achterliet, weten we niet. De akte zwijgt daarover. Maar juist dat zwijgen maakt het verhaal menselijk: achter de officiële registratie ligt een beslissing die ongetwijfeld met pijn, angst en wanhoop genomen werd.

Akte-uittreksel

Oorspronkelijke akte — samengevat en gedeeltelijk overgenomen
Le 17ième jour du mois de mai l'an 1822 à 11 h, acte de naissance de Reine Lantsucht, née le 17 de ce mois, qui a été trouvée le même jour à six heures du matin dans le tour de l’hôpital des enfants trouvés. Elle était vêtue de trois vannets / bannets, d’une chemise, d’une camisole de coton, d’un maillot en laine, et portait pour marque caractéristique un billet contenant : “Reine Lantsucht, geboren tot Brussel den 17de mei 1822 ten 5 ure in de morgen. Zij is niet gedoopt. Men verzoekt van haar te dopen.” Getuigen: Charles Boudoin, wonende rue de l’Évêque, en Louis Walckier, wonende Faubourg Martin, beiden 38 jaar oud en bedienden. Aangifte op verzoek van Gabriel Baesen, 45 jaar oud, directeur van het vondelingenhuis. Akte vastgesteld volgens de wet door baron Louis Devos, ridder in de Orde van de Belgische Leeuw, schepen van de burgerlijke stand van Brussel.

Verhalende hertaling

Op de zeventiende mei van het jaar 1822 werd te Brussel een geboorteakte opgesteld voor een meisje dat de naam Reine Lantsucht kreeg. Zij was diezelfde dag, om zes uur in de ochtend, gevonden in het draaivenster van het hospitaal voor vondelingen.

Het kind was zorgvuldig aangekleed en ingebakerd. Zij droeg een hemd, een katoenen camisole en wollen doeken. Bij haar bevond zich een briefje, dat als herkenningsteken werd opgenomen in de akte.

Op dat briefje stond dat Reine Lantsucht op 17 mei 1822 om vijf uur ’s morgens in Brussel geboren was. Zij was nog niet gedoopt. Men vroeg uitdrukkelijk om haar te laten dopen.

De aangifte gebeurde op verzoek van Gabriel Baesen, directeur van het vondelingenhuis. De getuigen waren Charles Boudoin en Louis Walckier. De akte werd verleden voor baron Louis Devos, schepen van de burgerlijke stand van Brussel.

Historische duiding

Het vondelingendraaiwiel bood moeders de mogelijkheid om een kind anoniem achter te laten. Aan de buitenzijde van het gebouw werd het kind in een draaiende nis gelegd. Daarna kon het wiel naar binnen worden gedraaid, zodat het kind door het hospitaal werd opgenomen zonder dat de moeder rechtstreeks gezien hoefde te worden.

Voor de administratie was dit een vondeling. Voor de familiegeschiedenis is dit echter veel meer dan een droge registratie. De moeder koos ervoor haar dochter niet naamloos te laten verdwijnen. Zij gaf haar de naam Reine Lantsucht mee, dezelfde naam die zij zelf droeg.

Dat kleine briefje vormt daardoor de kern van het hele verhaal. Het was tegelijk een afstand en een laatste band. De moeder kon of durfde haar kind niet houden, maar zij wilde wel dat men wist wie het meisje was, wanneer zij geboren was, en dat zij gedoopt moest worden.

Opmerking bij de familienaam: de naam verschijnt hier als Lantsucht, een vorm die aansluit bij de bredere reeks naamvarianten rond Landsucht, Landsoght, Lantsoght en Van Landschoot.

De herkomst van de moeder uit Hazebrouck wijst bovendien naar het Frans-Vlaamse gebied, waar Vlaamse familienamen in Franse akten vaak in wisselende spellingen werden genoteerd.

Een leven verder

Over het latere leven van het kind Reine Lantsucht is hier nog niets zeker. Over haar moeder weten we wel dat zij nooit gehuwd is geweest en uiteindelijk op 80-jarige leeftijd overleed te Bailleul, Frankrijk.

Haar leven lijkt getekend door eenzaamheid en moeilijke keuzes. Toch liet zij in 1822 een spoor na dat twee eeuwen later nog leesbaar is: een briefje bij een pasgeboren kind, met een naam, een uur, en een bede om doop.

Bron: Burgerlijke stand Brussel, geboorteakte / vondelingenakte van Reine Lantsucht, 17 mei 1822.