IN MEMORIAM Oswald VAN LANTSCHOOT 1903-1967

IN MEMORIAM Oswald VAN LANTSCHOOT 1903-1967

Op een mistige avond op donderdag 23 november 1967 eiste een verkeersongeluk het leven van dokter en mevrouw Oswald Van Lantschoot. De Vereniging van Oud-studieartsen van de Universiteit van Leuven verloor haar voorzitter, Louvain Médical haar penningmeester, de Franse afdeling van de Faculteit der Geneeskunde een docent en een toegewijde vriend.

Oswald Van Lantschoot Geboren te Dendermonde op 24 januari 1903, behaalde Oswald Van Lantschoot, na het verzamelen van grote en hoogste onderscheidingen tijdens zijn studie, in 1927 te Leuven de graad van Doctor in de Geneeskunde, Chirurgie en Geboorten. Na een jaar assistent in dienst van professor G. Debaisieux, zal hij zijn chirurgische vaardigheden perfectioneren gedurende 4 jaar in de befaamde Brugse School geleid door Seebrechis. In 1932 verhuisde hij naar Namen. Zijn bekwaamheid en dynamiek zorgden onmiddellijk voor een briljant succes. In deze omgeving waar alles hem toelacht, wordt de jonge Vlaming uit Dender-monde natuurlijk een echte Namenaar. Hij wordt geadopteerd en wordt voorzitter van de plaatselijke Rotaryclub. Tweemaal werd hij door zijn leeftijdsgenoten verkozen tot voorzitter van de Raad van de Orde van geneesheren van de provincie Namen. Bij zijn overlijden was hij nog steeds lid van deze Raad en zijn afgevaardigde in de Hoge Raad van de Orde.

Als groot reiziger bezocht hij chirurgische congressen en bezocht hij buitenlandse centra, altijd op zoek naar nieuwe technieken. Zijn dienst werd een ware school. Hij was even veeleisend voor zijn assistenten als voor zichzelf.

Toen de Universiteit van Leuven in 1958 besloot om het onderwijs van de 4 doctoraten in de geneeskunde te decentraliseren, door de oprichting van de Regionale Centra die we kennen als Cremec (Regionaal Centrum voor Aanvullend Medisch Onderwijs), is het dokter Van Lantschoot die gevraagd wordt om het voorzitterschap van de Cremec van Namen op zich te nemen. Hij zal dit doen tot aan zijn dood, een bibliotheek oprichten, falende enthousiastelingen wakker schudden en op grote schaal tussenbeide komen, zowel persoonlijk als met zijn geld. De Cremec van Namen werd een echt onderwijscentrum. In 1965 zal de universiteit de verdiensten van haar voorzitter erkennen door hem te benoemen tot docent.

Een hartaanval zal zijn activiteit slechts tijdelijk vertragen en weldra wordt hij met hetzelfde enthousiasme en dezelfde geestdrift opnieuw gezien in de operatiezaal en op het oksaal van de Namense kathedraal. Want onder zijn uiterlijk van een goede lach was hij een overtuigd christen, die een diep geloof en een verrassend stijf moreel besef had behouden voor het werk van zijn familie. Hij verborg zich gewillig onder grappen die alleen misbruik maakten van degenen die hem slecht kenden. Stijfheid betekende echter geen fanatisme; hij stond open voor alle ideeën. Hij stond open voor alle ideeën en alles aan hem was een contrast: zijn soms nors uiterlijk verborg een hart van goud, zijn hele temperament sloot een grote kunst van de diplomatie niet uit.

Het is in de test dat de morele kwaliteiten zich het best openbaren. Degene die Oswald Van Lantschoot in 1962 trof, was verschrikkelijk voor een chirurg. Hij moest de amputatie van een been ondergaan. Het is het lange herstel van de prothese. Hij is ertegen opgewassen en zijn goede humeur lijkt niet te zijn veranderd.

Deze operatie in de St. Joseph University Clinic in Herent zal de banden tussen hem en de Franse afdeling van onze faculteit verder versterken. Omdat hij de waarde van het chirurgisch team dat hij had toevertrouwd op prijs heeft gesteld, wil hij de inspanningen van dit team ondersteunen. Weten we dat het dankzij het mecenaat van Oswald Van Lantschoot is dat de cardiovasculaire chirurgie onder extracorporale circulatie vanaf 1962 in de St. Joseph's Clinic in Herent kon beginnen. In die tijd bood hij ons de pompen van het eerste kunsthart dat daar werd gebruikt. Het zijn nog steeds deze pompen die momenteel worden gebruikt in dierproeven, die hebben geleid tot het recente succes van de harttransplantatie. Dit Centrum voor Cardiovasculaire Chirurgie was hem dierbaar en hij volgde de successen ervan met trots. Al zou er iets meer dan een jaar geleden, na een vermoeiende reis naar het Verre Oosten, weer als patiënt naar terugkeren. Gelukkig werd door een chirurgische ingreep een tweede amputatie vermeden.

Ondertussen, in 1963, besliste de Leuvense Medecijnenvereniging om zich op te splitsen, voor de geboorte van de Vereniging van Oud Universitaire Studentenartsen enerzijds en de Vereniging van Oud Universitaire Studentenartsen anderzijds in Leuven en in de "Vereniging van de Geneesheren Alumni". Voor de Vlaming voor de vurige verdediger van onze Universiteit was de Keltische afdeling een hartzeer. Hij kiest ervoor om met ons mee te komen. Het was moeilijk hem te overtuigen om onze voorzitter te worden, maar we hadden hem niet steviger kunnen vertrouwen. Terwijl hij zorgt voor een hartelijke relatie met de "Geneesheren Alumni", wijdt hij zich met heel zijn ziel aan onze zaak en stelt hij zijn diepe gevoel voor organisatie ten dienste van ons. Hij wil graag deel uitmaken van alle postdoctorale informatiesessies die door Astoriation worden georga-niseerd. Elk jaar, tijdens de promotie van nieuwe artsen, is hij degene die hen de eerste woorden van Gefeliciteerd en verwelkoming van de grote familie van artsen die Leuven hebben verlaten, toespreekt. Wij zullen hem voor een lange tijd weer zien, zittend op de eerste rij in een zetel, langzaam stijgend en klimmend....en hij gebruikt zijn stok niet. Zijn verzoek gaat ook naar de Leuvense Medische Dienst. Als zoon van een drukker had hij kennis van het vak en van de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de typografie, waarvan onze recensie heeft geprofiteerd.

De fysieke handicap, die noodzakelijkerwijs zijn chirurgische activiteiten heeft verminderd, geeft hem paradoxaal genoeg nieuwe voldoening. De chirurg die uit zijn operatiekamer is gescheurd, wil blijven dienen. Zijn leven was misschien nooit voller en gevarieerder dan de laatste vier jaar: in Namen natuurlijk, waar hij meer tijd kan besteden aan de Cremecs, terwijl hij tegelijkertijd zeer actief deelneemt aan de ontwikkeling van de renovatieplannen voor de kliniek van Saint-Camille: in Leuven, bij de Vereniging van Oud-studieartsen, vervolgens bij het programmeringscomité van de nieuwe Universiteitskliniek St Lambrechts – Woluwé, waar hij ons, altijd aanwezig, de vruchten van zijn ervaring brengt; in Brussel, bij het Ministerie van Volksgezondheid, waar hij sinds de oprichting van de Ziekenhuisraad voorzitter is. Het is trouwens tijdens zijn terugkeer van een vergadering van deze commissie en tijdens een bezoek aan Namen aan een vergadering van de Raad van de Orde van geneesheren dat de dood hem in volle activiteit heeft getroffen.

Bij al deze activiteiten zagen we hem optimistisch, lachend, zijn lijden en zijn angst verbergen. Zijn gesprekspartners konden er niet van uitgaan dat hij zich bewust was van de dreiging, die misschien wel ernstiger was dan de dood die over hem zweefde. Maar als hij het tot het einde toe had moeten volhouden, dan was hij het aan zijn vrouw verschuldigd, die ervoor zorgde dat hij zijn optimisme bijhield. Waar Dr. Van Lantschoot ook heen moest, mevrouw Van Lantschoot, een trouwe chauffeur, altijd in dienst van haar man. De een kon zich niet meer zonder de ander voorstellen, en zelfs de dood wilde ze niet scheiden. Wij, die zo vaak voor hem gevreesd hadden, werden door dit brute einde hulpeloos achtergelaten: maar christenen die altijd klaar stonden, misschien is dit wel degene die ze zouden hebben gekozen.

Voor de Vereniging van Oud-studieartsen van de Universiteit van Leuven, voor de Leuvense Medische Dienst, voor het programmeringscomité van Sint Lambrechts-Woluwe, is het verlies immens. We hadden nog steeds hoge verwachtingen van hem, in de moeilijke tijden die we doormaken.

Maar als we spijt hadden van hem, dan is dat vanwege wat hij ons heeft gegeven. De Franse afdeling van de Faculteit der Geneeskunde van Leuven is Dr. Van Lantschoot een grote dankbaar-heid verschuldigd, waarvan hij ten dele getuigde door zijn begrafenis officieel bij te wonen.

Tijdens deze begrafenissen werd ons verdriet verzacht door een gevoel van trots. Onze Voorzitter had zich rond hem verzameld, onder een ontelbaar aantal toehoorders, de loges van Leuven, de jezuïeten van Namen, professoren uit Brussel en Luik, de voorzitter en de secretaris-generaal van de "Geneesheren Alumni", drie bisschoppen, een burgemeester, een gouverneur en een minister, Hij eindigt zijn toespraak in het Frans met een paar woorden in het Nederlands. Onze vriend Oswald, Vlaming werd iemand van Namen, diep belgisch van hart, moet in het paradijs naar zijn vrouw hebben gelachen en haar in Namen hebben verteld dat hij nog nooit zo veel had gedroomd,

F. Lavenne Secretaris-generaal van de Vereniging van Oud-studieartsen uit Leuven.

Bron: Louvain Medecin 86: page 593-595, 1967 TOP