Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Christiaen Landsucht (Van Landschoot)

Een Brugse poortersinschrijving van 1539 en 7 april 1549 en een omvangrijke boedelstaat uit 1558 verbinden Christiaen Landsucht met Oostkamp, Moerbrugge, de familie Woestlandt en een uitgebreid bezit aan hofsteden, land, bossen en renten.

📍 Oostkamp / Moerbrugge 📜 Poortersregister 📜 Wezenregister 🗓️ 1549–1558 👶 Vijf kinderen 📖 Scans

Kern van het dossier

Christiaen Landsucht, zoon van Jan, werd reeds in 1539 als poorter vermeld en in 1549 door zijn huwelijk met Barbele, dochter van Jacop Woestlandt. Na zijn overlijden werd in het Brugse wezenregister de staat van goed ingebracht voor hun vijf kinderen: Adriaen, Hans, Sijmoen, Christiaen en Perine.

1539 en 1549 — Poorter van Brugge door huwelijk

1539

Wezenregister Christiaen Landsucht 1558
(SAB-stadsrek. 216sr200-1539 f° 033) — Christiaen Landsucht, 1539.

1549

In het Brugse poortersregister wordt Christiaen Landsucht, zoon van Jan, vermeld als poorter door huwelijk met Barble, dochter van Jacop Woestlant. Zij was poorteres bij geboorte of afkomst.

Wezenregister Christiaen Landsucht 1558
SAB, Brugse Poorters, register 1, folio 117 verso — Christiaen Landsucht, 7 april 1549.

De inschrijving vermeldt ook dat hij zijn poorterschap hield bij Fransoijs Codde, verse visverkoper op de Wijngaardplaats. De datum van de inschrijving is 7 april 1549. De vermelding werd later doorstreept, met de nota dat Barbele na zijn overlijden hertrouwde met Fransois de Vre.

Oorsprong van de familie Landsocht

Deze akte vormt een doorslaggevend genealogisch bewijs: Christiaen van Landschoot, eenmaal gevestigd in Oostkamp en opgenomen als poorter van Brugge, verschijnt voortaan in de bronnen onder de naamvorm “Landsocht” en varianten zoals Landsucht en Landsught.

Deze naamsverandering markeert een duidelijke breuk met de oudere vorm Van Landschoot en vormt het begin van een nieuwe, lokale naamtraditie die zich verder ontwikkelt in Oostkamp en omgeving.

Op basis van deze akte kan Christiaen Landsucht met zekerheid worden aangeduid als de stamvader van de familie Landsocht, een naam die tot op vandaag in België voortleeft.

Belangrijk detail

De combinatie van poorterschap, huwelijk en latere doorhaling maakt deze vermelding bijzonder nuttig: ze legt niet alleen de identiteit van Christiaen vast, maar ook zijn echtgenote, haar afkomst en haar latere hertrouw na zijn overlijden.

1558 — De kinderen van Christiaen en Barbele

In 1558 verschijnen Marc Woestlandt en Jan Landsocht als voogden van de kinderen van Christiaen Landsught en Barbele Woestlandt. De akte noemt vijf kinderen: Adriaen, Hans, Sijmoen, Christiaen en Perine.

De voogden brengen, volgens hun eed, de grootte en samenstelling van het goed over dat de wezen verkregen hadden door het overlijden van hun vader Christiaen. Daarbij wordt uitdrukkelijk gezegd dat Christiaen en Barbele elk voor de helft deelden in de gemeenschappelijke erfachtige goederen en schulden.

Een omvangrijk bezit in Oostkamp en omgeving

De boedelstaat vermeldt een zeer brede spreiding van goederen. Het gaat onder meer om een behuizde hofstede bij Moerbrugge, op de heerlijkheid van den Waelsche, gronden in de parochie Oostkamp, percelen bij de molen, land in de Reigerstraat, bezit op de heerlijkheid Nieuwenhove, bos in Wijngene en een herberg te Beernem bij Moerbrugge.

Sommige goederen waren door aankoop verworven, onder meer van Daneel Vaegeviere, Joos Daneels, Daneel van den Vee, Lieven Zwanckaert, Lauwereijns Lenaert, Aernoudt de Sceppere en anderen. Andere goederen waren afkomstig uit familiale nalatenschappen, waaronder een stuk bos dat Christiaen had verkregen bij het overlijden van zijn vader.

Samenvattende hertaling
In 1558 brachten Marc Woestlandt en Jan Landsocht, als voogden, de staat van goed over van Adriaen, Hans, Sijmoen, Christiaen en Perine, de kinderen van Christiaen Landsught en Barbele Woestlandt. De kinderen erfden na het overlijden van hun vader een aanzienlijk deel in hofsteden, huizen, landerijen, bossen en renten. Het bezit lag vooral in Oostkamp, bij Moerbrugge, op de heerlijkheden van den Waelsche en Nieuwenhove, maar ook in Beernem en Wijngene. Tot de opvallende goederen behoorden een hofstede bij Moerbrugge, gronden in de Oude Meers, percelen bij de molen, land in de Reigerstraat, bos in “de Delle”, goederen aan de Appelstraat en een herberg te Beernem bij Moerbrugge, genaamd “De Drie Coninghen”.

Renten, lasten en processen

De goederen waren belast met gewone landschulden, heerlijke renten en verschillende losrenten. De akte somt meerdere jaarlijkse renten op, onder meer ten voordele van St.-Janshuis, Olivier Vellekens, Willem vanden Vertis en andere rentegenieters.

Daarnaast vermeldt de staat ook lopende of onbesliste processen. Er was onder meer een zaak verbonden met Hersberge, een proces tegen Christiaen Beverstellinc en nog een ander geschil dat blijkt uit kwijtscheldingsbrieven van 18 februari 1558.

De som die bij het uitbrengen van de staat in handen van Barbele Woestlandt, de moeder van de wezen, bleef, bedroeg vier en zestig pond, negen schellingen en vijf penningen groot. Daarbij traden onder meer Jan Lambrecht en Guido Dancaert als borgen op.

Genealogisch belang

Dit dossier is bijzonder rijk omdat het twee soorten bronnen samenbrengt: een poortersinschrijving uit 1549 en een wezenstaat uit 1558. Samen bevestigen zij de band tussen Christiaen Landsucht, Barbele Woestlandt, hun kinderen, de familie Woestlandt en Jan Landsocht als voogd.

Scans

Poortersregister Christiaen Landsucht 1549
SAB, Wezenregisters 12081-1, Sint-Jans, boek 13, 1558, folio 149.

Bronnen:
SAB, Brugse Buiten Poorters, register 1, folio 117 verso, Oostkamp, 7 april 1549.
SAB, Wezenregisters 12081-1, Sint-Jans, boek 13, 1558, folio 149.