Anna Lantsocht
Overdracht van een aandeel in een bos te Oostkamp aan Cornelius Vander Plancke — 17 juli 1625.
Op zeventien juli zestienhonderd vijfentwintig verscheen voor de schepenen Anna Lantsocht, jonge dochter, maar oud genoeg om volledig zelfstandig op te treden. Zij was ongeveer vijfentwintig jaar en werd daarom beschouwd als haar eigen meesteres, zonder voogd of man die voor haar moest handelen.
Anna verklaarde dat zij rechtmatig erfgename was in een bepaald stuk bos. Dat bos was haar toegevallen bij een vriendelijke verdeling van de nalatenschap van haar overleden ouders, Jan Lantsocht en jonkvrouw Anna Adornes. Die verdeling was eerder opgemaakt op zestien december zestienhonderd vierentwintig, samen met haar broers en zusters, en door hen ondertekend.
Nu droeg Anna haar aandeel in dat bos officieel over aan Cornelius Vander Plancke, poorter van de stad Brugge. Hij was persoonlijk aanwezig en aanvaardde de overdracht voor zichzelf, zijn erfgenamen en zijn nakomelingen.
Het ging om de helft van een bos van in totaal vier gemeten en een half, gelegen in de heerlijkheid en parochie Oostkamp, ver ten zuiden van de kerk, bij de Bilk. Het bos was tot dan toe gemeenschappelijk en onverdeeld bezit met Cornelius Vander Plancke, die al de andere helft bezat. Door deze akte kwam ook Anna’s helft in zijn handen.
Anna deed de overdracht met de gebruikelijke rechtsformule: zij gaf halm en wettelijke gift, wat betekende dat zij haar eigendomsrecht volgens het plaatselijke gewoonterecht officieel afstond. Zij verklaarde dat het goed een zuiver erfgoed was, vrij en onbelast, zonder verborgen lasten, bedrog of kwade trouw. Ook beloofde zij Cornelius Vander Plancke te zullen vrijwaren, mocht iemand later haar recht op deze overdracht betwisten.
De akte werd verleden voor de schepenen Jacob van Renterghem, Cornelius Vander Plancke en Adriaen van Ghistel. Onderaan staat de naam van Anna Lantsocht, waarmee haar optreden als verkoopster of overdraagster werd bevestigd.
Historische duiding
Deze akte is vanuit genealogisch en sociaal-historisch oogpunt zeer interessant. Ten eerste bevestigt het document de juridische status van een **'jonge dochter' van rond de 25 jaar** in de 17e eeuw. Omdat ze de wettelijke leeftijd had bereikt, kon ze zonder tussenkomst van een mannelijke voogd (momber) of echtgenoot onroerend goed verkopen.
Daarnaast levert de akte een hard bewijs voor de koppeling tussen de familie Lantsocht en de adellijke of aanzienlijke familie **Adornes** (jonkvrouw Anna Adornes), een invloedrijk geslacht in en rond Brugge.
De overdracht met 'halm en wettelijke gift' toont aan dat in Oostkamp destijds nog de traditionele Vlaamse feodale en costumiere rechtsregels werden gehanteerd bij de overdracht van gronden en bossen.
Scan
Bron: Archief Brugge / Oostkamp, Schepenakten anno 1625, 17 juli 1625.
English
Español
Français